Direct naar navigatie

Pijpaarde

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor

Pijpaarde is zeer fijne, witbakkende klei die vooral voor de productie van de bekende kleipijpen werd gebruikt.

Opkomst van een rookcultuur

Aan het einde van de 16e eeuw introduceerde men tabak in ons land. Hoewel het aanvankelijk nog een duur product was, won het al snel aan populariteit bij verschillende lagen van de bevolking. De productie van kleipijpen in de steden hield hiermee gelijke tred. Aanvankelijk importeerde men de pijpen nog uit Engeland, maar al snel werden ze ook in Nederland gemaakt. In de 17e eeuw kende ons land vele productiecentra en vanaf het eind van de eeuw domineerde vooral Gouda de productie. De bloeiperiode van de Goudse centra eindigde omstreeks het midden van de 18e eeuw. Onder andere de introductie van snuiftabak bij de hogere sociale klassen, de hernieuwde concurrentie uit andere steden en de verslechterende economische toestand waren hier debet aan. Gedurende de Franse tijd zorgden hoge accijnzen op tabak voor een verminderende vraag. Pas vanaf ruwweg het midden van de 19e eeuw lijkt er weer sprake van een opleving.

Volg de mode

De grootte en vorm van een pijp geven aanwijzingen voor de ouderdom van het voorwerp. De ketel van de pijp, waar de tabak werd ingestopt, nam in de loop van de tijd in omvang toe. Ook de vorm veranderde. In de 17e eeuw was de ketel overwegend biconisch van vorm. Gedurende het laatste kwart van deze eeuw tot in de eerste helft van de volgende eeuw was het model echter trechtervormig. In het tweede kwart van de 18e eeuw kwam het ovoïde model op, dat lang populair zou blijven.

Overigens blijft het pijpaarden vormenscala niet enkel beperkt tot kleipijpen. Pijpaarde gebruikte men ook voor het vervaardigen van beeldjes. In deze vorm werd pijpaarde al in de middeleeuwen gebruikt.

Reacties