Direct naar navigatie

Het Deventer-systeem

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor

Het Deventer-systeem is een structuur om middeleeuws en postmiddeleeuwse keramiek en glas in te delen. Het maakt gebruik van een type-code om een voorwerp te omschrijven. Aan de hand van deze code is het voor archeologen direct duidelijk wat de kenmerken van het object zijn.

De type-code in het Deventer-systeem bestaat uit drie delen: een materiaal- of bakselcode, gevolgd door een hoofdvormcode en ten slotte een nummer. Een voorbeeld van een typecode is p-kop-12. Een archeoloog weet dan, of kan het opzoeken, dat het object een kopje (hoofdvorm) van Aziatisch porselein (baksel) is, waarvan de vorm het typenummer 12 heeft gekregen. Nummer 12 geeft in dit geval aan dat het een diepe kop is waarvan het randje naar buiten toe is uitgebogen. Op deze wijze zijn voorwerpen van keramiek en glas snel te omschrijven.

De materiaal- of bakselcode

Aardewerk en glas uit het archeologisch depot. Foto: J. van den BergHet eerste deel van de typecode, de materiaal- of bakselcode, geeft aan waarvan het object is gemaakt. Binnen het systeem zijn er twee materialen: glas of keramiek. Indien het voorwerp van glas is gemaakt, begint de code altijd met “gl”, bijvoorbeeld gl-fle-5 (een glazen fles met een specifiek model). Als het object van keramiek is gemaakt, zijn er veel meer mogelijkheden. Zo bestaat er aardewerk, steengoed en porselein. Maar ook deze soorten zijn weer verder onder te verdelen. Hierbij wordt niet enkel gekeken naar het specifieke materiaal, maar ook naar andere elementen zoals de aanwezigheid van glazuur, wie het gemaakt heeft (door een pottenbakker of in de fabriek), of waar het vandaan komt. De bakselcode bevat bij keramiek veel meer informatie dan bij glas het geval is.

Bakselcodes die bijvoorbeeld binnen het Deventer-systeem worden gebruikt:

  • s1 steengoed1 - steengoed zonder een laag glazuur en/of engobe
  • s2 steengoed2 - steengoed met een laag glazuur en/of engobe
  • s3 steengoed3 - steengoed dat machinaal is gemaakt
  • s4 steengoed4 - bijna steengoed
  • s5 steengoed5 - proto-steengoed
  • pi Pingsdorf-type aardewerk
  • kp kogelpot aardewerk
  • bg blauwgrijs aardewerk (paffrath- en elmpt aardewerk en hierop lijkende baksels)
  • g grijs aardewerk (aardewerk met een grijze kleur)
  • r rood aardewerk
  • w wit aardewerk
  • wm wit Maaslands aardewerk (wit aardewerk uit de Maasvallei in België)
  • wa Werra aardewerk (Werra is een rivier in Duitsland)
  • m majolica dat in de Nederlanden (vroeger inclusief Vlaanderen) is gemaakt
  • f faience dat in de Nederlanden is gemaakt
  • i faience of majolica dat in Italië is gemaakt
  • p Aziatisch porselein
  • ep Europees porselein (in Europa industrieel gemaakt)
  • iw industrieel wit (wit aardewerk dat met de machine is gemaakt)
  • ir industrieel rood
  • py pijpaarde (gebruikt voor het maken van beeldjes en reliëfs. De bekende pijpen van pijpaarde vormen geen onderdeel van het Deventer-systeem)

De hoofdvormcode

Het tweede deel van de type-code van het Deventer-systeem is de hoofdvormcode. Deze code geeft aan wat voor object het is. Het bestaat doorgaans uit de eerste drie letters van het woord dat normaal voor het object gebruikt wordt of dat in de archeologie is ingeburgerd. Zo staat “bak” voor bakpan, “kni” voor knikker en “dek” voor deksel.

Een bord van porselein uit de opgraving van 'Herberg de Visscher' (Waaigat). Foto: J. van den BergSoms wordt er afgeweken. Het Deventer-systeem kent bijvoorbeeld geen aanduiding voor schoteltjes of ronde schalen. Dit zijn gewoon borden. Een zeshoekige schaal is echter wel weer een schaal.

De meeste hoofdvormen zijn goed te herkennen en de namen spreken voor zich. Een aparte categorie dient echter wel te worden vermeld. Dit zijn miniatuurvoorwerpen. Ongeacht of dit een kan, bord, kruik, lekschaal of iets anders moet voorstellen, worden alle miniatuurvoorwerpen aangeduid met de hoofdvormcode “min”. Binnen het Deventer-systeem worden onder andere de volgende hoofdvormcodes gebruikt:

  • bak bakpan
  • bek beker
  • blo bloempot
  • bor bord
  • bra braadspitoplegger
  • dek deksel
  • dov dover
  • fle fles
  • gra grape
  • ink inktpot
  • kan kan
  • kmf komfoor
  • kog kogelpot
  • kom kom
  • kop kop
  • kwi kwispedoor
  • lek lekschaal
  • min miniatuur
  • oli olielamp
  • pis pispot
  • pot pot
  • sme smeltkroes
  • soi strooier
  • spr spreeuwenpot
  • stb strijkbout
  • stk steelkom
  • tes test
  • the theepot
  • ver vergiet
  • vet vetvanger
  • vog vogeldtinkbak
  • vst vuurstolp
  • zal zalfpot
  • zou zoutschaal

Het typenummer

Het laatste deel van de typecode bestaat uit een typenummer. Het nummer staat voor de specifieke vorm van het voorwerp. Hierin kunnen meerdere vormaspecten een rol spelen. Bijvoorbeeld of een voorwerp een platte bodem heeft of niet, of de wand geknikt of rond loopt, of dat er een duidelijke ribbel op is aangebracht ter versiering. Er komt ook veel variatie in de specifieke vorm van de randen voor. Elk type wordt door één of meer specifieke vormaspecten gekenmerkt. Van belang hierbij is dat niet wordt gekeken naar additieven. Dit zijn delen van het voorwerp die op het lichaam zijn aangebracht, zoals oren en stelen.

Vanaf het einde van de jaren '80 van de vorige eeuw zijn er honderden typenummers geïnventariseerd. Ze zijn afgebeeld in de catalogi van vele archeologische rapportages.

Reacties