Direct naar navigatie

De Westwijk tijdens de Vlaardingen-cultuur

Door: admin, Periode: 8000 v. Chr. - 2999 v. Chr.

Tussen november 1959 en september 1964 liggen er in de Westwijk verschillende putten open die niets te maken hebben met de nieuwe gebouwen die overal als paddenstoelen uit de grond schieten. In de omgeving van de Arij Koplaan, De Prof. Teldersstraat en de Samuel Esmeijerstraat zijn archeologen en de archeologische werkgroep Helinium naarstig op zoek naar de restanten van een ver verleden.

De Westwijk ongeveer 5000 jaar geleden. Illustratie: Ulco Glimmerveen

De vondst van een prehistorische bijl door een zestienjarige jongen in 1958, had tot vijf opgravingscampagnes geleid. De onderzoekers zijn verbaasd over de vondsten in de kreek en op de oeverwallen die ze opgraven. Grote hoeveelheden scherven, vuurstenen werktuigen, dierlijke botten en gigantisch veel paalgaten met soms nog de houten palen erin, komen uit de grond. De archeologen vinden zelfs twee fuiken en een essenhouten staf. Bovendien zijn de vondsten ongeveer 5000 jaar oud.

Wie had voor de opgravingen in de jaren ‘60 durven vermoeden dat er zo lang geleden al mensen in dit gebied woonden! Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van deze spectaculaire vondsten maakte Ulco Glimmerveen in opdracht van de archeologen van de gemeente Vlaardingen deze illustratie van de Westwijk tussen 3500 – 2500 v. Chr. of anders gezegd: tijdens de Vlaardingen-cultuur.

Moeras

In een uitgestrekt nat en moerassig landschap heeft een smalle kreek zich een weg gebaand. De oevers van de kreek, de zogenaamde oeverwallen, blijven bijna heel het jaar droog. Ze steken ongeveer één meter boven de waterspiegel uit en zijn vijftien tot zestig meter breed. Enkel bij extreme omstandigheden of tijdens heel natte periodes in de winter komen ze onder water te staan.

Droge oevers en een moerassig komgebied domineerden 5000 jaar geleden het landschap in de Westwijk. Illustratie: Ulco Glimmerveen Op de hoge en droge oevers groeit er onder andere es, esdoorn, iep, hazelaar en eik. Achter de oeverwallen is het veel natter en deze zone wordt het komgebied genoemd. De vegetatie is hier anders. Het loofbos heeft plaats gemaakt voor een broekbos met elzen, wilgen en meer waterminnende planten. Dit broekbos gaat geleidelijk over in uitgestrekte rietlanden, waar in de afgelopen natte periode overal kleine meren zijn ontstaan.

De kreek is eigenlijk een zijtak van een grotere geul die meer zuidwaarts ligt. Het waterniveau in dit krekenstelsel wordt beïnvloed door de getijdenwerking. Aan de lage waterstand is te zien dat het eb is. Hoewel de kroeskoppelikaan zich hier helemaal thuis voelt, lijkt het geen geschikte woonomgeving voor ons. Vijfduizend jaar geleden dachten mensen er echter anders over. De oeverwallen vormen een veilige plaats om te wonen en er zijn verschillende voedselbronnen in de omgeving.

Een goede kampplaats

De prehistorische mensen vertoeven hier vermoedelijk alleen in de zomer en een deel van de lente en herfst. Ze verblijven een tijdje in het gebied, trekken daarna weg en komen misschien pas over enkele jaren terug. De locatie van hun woonplaats kiezen deze Vlaardingen-mensen steeds heel bewust. Ze vinden enkel de hoogste en smalste delen van de oeverwal ideaal om op te wonen, want hier houden ze het langst droge voeten. De hoogste plekken vind je overigens aan de buitenbochten van de kreek.

De Vlaardingen-mens vestigde zich op de hoge delen van de oevers. Hier een verlaten kamp, nog herkenbaar door de open plek in het bos. Illustratie: Ulco GlimmerveenDe oostelijke oever van de iets meer noordelijk gelegen bocht zou dus een goede plaats zijn om te wonen. De open plek op dit stukje van de oeverwal verraadt dat er in het verleden inderdaad een kamp heeft gelegen.

Een complete gemeenschap van mannen, vrouwen en kinderen hebben zich dit jaar gevestigd op de westelijke oever van de kreek. Een meer dan negen meter lang en drie meter breed bouwwerk biedt enige beschutting tegen de weerselementen. Vermoedelijk is het een open gebouw zonder wanden.

Jagers en verzamelaars

Zicht op een verblijfplaats van de Vlaardingen-mens. Illustratie Ulco Glimmerveen.

Hoewel deze Vlaardingen-mensen runderen, schapen, geiten en varkens houden, is de jacht en visvangst voor hen belangrijker. Met de hulp van fuiken, netten, weren en vissperen vangen ze onder andere harder, baars, snoek en steur. Enkele pas gevangen vissen hangen te drogen aan een rek in het kamp.

Op het menu staat verder edelhert, ree, wild zwijn en talrijke andere dieren. Deze prehistorische mensen jagen ook op pelsdieren zoals otter, bever, marter, bunzing, wilde kat en zelfs bruine beer. Op de woonplaats kan je botten vinden van walvisachtige, tuimelaar en grijze zeehond, die de mensen meegebracht hebben van hun tocht naar het kustgebied.

Natuurlijk eten ze niet alleen vlees en vis. Op akkertjes wordt er emmertarwe en gerst gekweekt, hoewel het niet helemaal duidelijk is of dat in Vlaardingen of elders gebeurt. Verder biedt het bos een heleboel eetbaars zoals hazelnoten, sleedoornvruchten, kornoelje- en meidoornbessen, wilde appel, bottels van hondsroos, bramen en frambozen. In dit schijnbaar onherbergzaam gebied weten deze Vlaardingen-mensen zich dus prima te redden.

Video's

Sporen van de Vlaardingen-cultuur

Stadsarcheoloog Tim de Ridder vertelt over vondsten van de Vlaardingen-cultuur en over de Vlaardingen-tijd in een uitzending van Oud-VlaardingenTV.

 

Reacties