Direct naar navigatie

Geologisch onderzoek

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor

Een archeoloog en geoloog graven allebei graag in de grond. Maar waar verschillen zij in? En waarom roepen archeologen vaak de hulp in van een geoloog? Ook de Vlaardingse archeologen werken veel samen met geologen. Bijvoorbeeld toen zij onderzoek deden op de Vergulde Hand-West.

Klei is compact en gelijkmatig van structuur.

Verschil tussen een archeoloog en een geoloog

Een archeoloog wil weten hoe mensen vroeger leefden. Daarom onderzoekt hij oude voorwerpen, dingen die de mensen lang geleden hebben gebruikt. Al die spullen vindt hij in de grond. Een geoloog onderzoekt de bodem. Als je in de bodem graaft zie je veel verschillende lagen met grond. Een geoloog vraagt zich af hoe dat komt. Zijn die lagen ontstaan door een overstroming, door een aardbeving of misschien wel een vulkaanuitbarsting? Hij wil weten hoe de aarde, de grond of de bodem, is ontstaan.

De archeoloog en de bodem

Archeologen krijgen vaak te maken met de lagen in de grond.

Voor een archeoloog is die bodeminformatie ook interessant. De verschillende lagen in de grond gebruikt hij bijvoorbeeld om de vondsten te dateren. Een laag boven in de grond is vaak (maar zeker niet altijd, zoals je hieronder zult lezen) jonger dan een laag diep in de grond. Spullen die in een diepe laag liggen, zijn dan ook ouder dan voorwerpen die hoger liggen. Maar de laag vertelt de archeoloog ook iets over hoe hij de spullen aantreft. Een overstroming spoelt bijvoorbeeld veel dingen weg, die komen dan vaak ergens verder op één hoop te liggen. Een archeoloog vindt dan heel veel spullen bij elkaar, die niet perse bij elkaar horen. Als hij dan weet dat de vondsten uit een kleilaag komt, die ontstaan is door een overstroming, dan snapt hij hoe dat komt.

De geoloog en het landschap

Het landschap veranderde in de ijzertijd, van een kwelder-, in een veen- en vervolgens in een komgebied.

Geologie of aardkunde is een heel breed vakgebied. Je kan van alles onderzoeken aan de bodem. Sommige geologen willen graag weten hoe het landschap er vroeger uitzag en hoe het is ontstaan. Dit noem je geomorfologie. Je kan je voorstellen dat die informatie ook heel interessant is voor een archeoloog. Als hij weet hoe het landschap er uitzag, dan kan hij nog veel meer vertellen over hoe de mensen leefden. Vaak is bij een opgraving dan ook een geoloog betrokken die het vroegere landschap onderzoekt.

De geoloog over de Vergulde Hand-West

In Vlaardingen werken archeologen ook graag samen met geologen. Op locatie de Vergulde Hand-West bijvoorbeeld. Hier wilde de archeologen veel weten over het landschap in de ijzertijd. De geoloog kon vertellen dat hij de monding van de rivier eerst dicht bij het land lag. Hij kon zien dat er vaak overstromingen waren geweest. Later, kwam de monding verder weg te liggen, het land overstroomde niet meer zo vaak. Hierdoor kon er veen ontstaan, en op de hoge veenbulten gingen mensen wonen. In deze veenlagen vonden de archeologen veel spullen.

Bijzonder geologisch fenomeen

Klapklei, de klei zit zowel onder als boven de veenlaag.

De modder is door de scheur in het veen gestroomd.

Op de Vergulde Hand-West trof de geoloog een bijzondere laag aan. Een kleilaag die jonger was dan de veenlaag erboven. De rivier had aan het eind van de  ijzertijd zijn stroom verlegd en kwam daardoor dichterbij te liggen. De overstromingen van de rivier zorgden er voor dat de veenlaag waarop de mensen wonen scheurde en een beetje ging drijven. De boerderijen zakte scheef, en de bewoners moesten hun huizen herstellen. De archeologen vonden dan ook veel sporen van herstel werkzaamheden. De geoloog kon zien dat de modder door de scheur in het veen was gestroomd, en zo ook onder het veen was terechtgekomen.

Reacties