Direct naar navigatie

haringsnijplankje van Maarten Verkiel

Door: Museum Vlaardingen

Maarten Verkiel, een Vlaardingse vissersman, maakte dit rijkelijk versierde haringsnijplankje voor zijn aanstaande bruid Johanna van Dijk. Vol van zijn komende huwelijk in augustus van dat jaar maakte hij dit plankje tijdens het visseizoen van 1881. Maarten bleef zijn hele leven zeeman en uiteindelijk heeft hij ook een zeemansgraf gevonden. In 1918, tijden de eerste wereldoorlog dus, voer hij als 67-jarige als matroos uit op de VL 24. Van het schip en de bemanning werd nooit meer iets gehoord. De VL 24 was vermoedelijk op een zeemijn gelopen.

Haringsnijplankje gemaakt door Maarten VerkielIn Museum Vlaardingen is een houten, rijkelijk versierd haringsnijplankje te zien. Aandoenlijk is het verhaal hierachter. De toen 30-jarige Vlaardingse visserman Maarten Verkiel maakte dit voor zijn aanstaande bruid Johanna Elizabeth van Dijk.
Maarten maakte dit plankje tijdens het visseizoen van 1881, vol van zijn aanstaande huwelijk op 25 augustus van dat jaar. De voorzijde is rijkelijk versierd met houtsnijwerk. Zo sneed hij bovenin een hartje uit met aan weerszijden vogeltjes, symbool voor de liefde en trouw en de huiselijke vrede. Verder zijn er nog tal van versieringen aangebracht. Op de achterzijde  (de snijkant) zijn de kerven van het vissnijden nog zichtbaar. Het plankje is dus ook daadwerkelijk gebruikt voor het snijden van haring in het gezin Verkiel.
Maarten kwam uit een echte zeemansfamilie, zijn vader en opa waren zeelieden. Al jong leerde hij de harde realiteit van het zeemansbestaan kennen. Hij was 14 jaar oud toen zijn vader omkwam op zee. Ook zijn vrouw Johanna had het nodige verdriet achter de rug. Zij was eerder getrouwd geweest met Willem Poot, ook een zeeman. Een overlijdensdatum is niet bekend van hem, maar vermoedelijk is ook hij op zee gebleven.
Maarten en Johanna krijgen vier kinderen (3 dochters en een zoon), de zoon is ook zeeman geworden.
Maarten is zijn hele leven blijven varen, ook tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij was toen al ruim in de zestig, maar er moest ook in die tijd uiteraard brood op de plank. Zeevissen was tijdens de Eerste Wereldoorlog erg gevaarlijk, maar de hoge opbrengsten waren erg verleidelijk. Nederland was weliswaar neutraal, maar de vele Duitse onderzeeboten voor de kust beschoten desondanks  koopvaardij- en vissersschepen. Ook, dat was misschien nog wel een groter gevaar, lagen er heel veel mijnen.
Ondanks de Nederlandse neutraliteit kwamen er niet minder dan 875 Nederlandse vissers om door oorlogshandelingen. Ook Maarten Verkiel was één van hen. In juni 1918 voer de dan al 67-jarige Maarten als matroos uit met de VL 24, ‘Catharinus’. Van schip en bemanning wordt daarna nooit meer iets gehoord. Alleen de beug, het lange stuk touw met daaraan bevestigd zijlijnen met haken, wordt later teruggevonden. De VL 24 was vermoedelijk op een zeemijn gelopen en met man en muis vergaan.
Het haringsnijplankje is nog heel lang in de familie gebleven. In 2007 schonk een kleindochter van Maarten Verkiel het aan het toenmalige Visserijmuseum, de voorloper van Museum Vlaardingen.

Reacties