Direct naar navigatie

Jaap van IJperen, de Vlaardingse ‘arbeidersdichter’

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1900 - heden, Thema's: Gezag en politiek, Dagelijks leven, Cultuur en vermaak

Vorig jaar kwam de redactie van geschiedenisvanvlaardingen.nl door een lezerscommentaar op een foto van het Hof van Heden, in contact met Dirk Tempelaar. Zelf oud-stadsdichter van Vlaardingen, wees hij ons op het werk van zijn opa, de Vlaardingse ‘arbeidersdichter’ Jaap van IJperen (1901-1972). Dirk zond de tekst van de rijmprent ‘Aan onze stad Vlaardingen’ in, die zijn opa maakte ter gelegenheid van diverse hoogtepunten die het jaar 1950 kenmerkten...

....zoals de onthulling van het Vissersmonument, het 300-jarig bestaan van het Oude Stadhuis, de onthulling van het Oorlogsmonument en de inwijding van het Oranjecarillon (rijmprent 'Aan onze stad Vlaardingen'). Als je voor dergelijke officiële gelegenheden gevraagd wordt om een passend rijm te maken, zegt dat toch wel wat. Het wekte in ieder geval onze nieuwsgierigheid.

Op zoek dus naar sporen van deze Vlaardingse ‘arbeidersdichter’. In de Handschriften- en documentatieverzameling treffen we een handgeschreven rijmprent aan, die Jaap van IJperen op 2 augustus 1950 aanbood aan de toenmalige stadsarchivaris M.C. Sigal

De laatste strofen van het gedicht 'Aan onze stad Vlaardingen' (HS 1247)In de bibliotheek van het Stadsarchief bevindt zich ook nog eens een achttal uitgaven met werk van zijn hand. Eén van de boekwerkjes is de verzamelbundel ‘Heimwee’. In het voorwoord gunt zijn zoon Coos van IJperen ons een kijkje in het leven van zijn vader.

Jaaps jonge jaren en de zee

Jaap ziet het levenslicht op 30 maart 1901 in een slaapkamer in de Vlaardingse Arnold Hoogvlietstraat. Hij is het eerste kind van het echtpaar Adrianus (Janus) van IJperen en Johanna Broek. Een jaar later verhuist het gezin inclusief de twee kinderen uit Janus‘ eerste huwelijk, naar de Wilhelminastraat nummer 64. De zee en het vissersleven hebben op kleine Jaap een grote aantrekkingskracht. Hij is dan ook vaak te vinden rond de Vlaardingse haven. Als hij twaalf jaar oud is maakt hij zijn eerste tocht op een houten haringlogger. Dat het schip in een abominabele staat verkeert, merkt hij al snel als het onder de Engelse kust vergaat. De schipper komt hierbij om het leven. Jaap wordt gered, net als de rest van de bemanning. Eenmaal terug in Vlaardingen smeekt zijn moeder hem niet meer naar zee te gaan. Hij doet in eerste instantie wat ze vraagt, maar na een paar jaar aan de wal te hebben gewerkt, zoekt hij toch de zee weer op. Op vijftienjarige leeftijd monstert hij aan op een vrachtboot. Jaap maakt razendsnel carrière en is nog maar negentien jaar oud als hij het tot stuurman brengt.

Jaaps leven aan de wal

Het leven gaat door. Jaap wordt verliefd, trouwt, krijgt kinderen en neemt na een aantal jaren als gevolg van de groeiende gezinssamenstelling afscheid van zijn tweede grote liefde, de zee.
Dat valt hem moeilijk, vooral omdat hij geen vaste betrekking kan krijgen. Hij neemt de meest uiteenlopende baantjes aan om zijn gezin, dat ondertussen uit vier dochters en een zoon bestaat, draaiende te houden. Al die jaren heeft hij het te druk om zelfs maar zijn dichttalent te ontdekken...
Ondanks alle tegenslagen en de sobere levensomstandigheden lukt het Jaap en zijn vrouw Jantje om de kinderen een fijne jeugd te bezorgen.
In de crisisjaren sluit hij zich aan bij de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Jaap brengt het tot secretaris van de partijafdeling en bezoekt uit hoofde daarvan in 1935 het SDAP-congres waar het Plan van de Arbeid gepresenteerd wordt. Na afloop maakt hij, vol vuur van wat hij gehoord heeft, een verslag voor zijn partijgenoten. Op rijm welteverstaan. Men is unaniem enthousiast. De dichter in hem vindt eindelijk de ruimte.

Jaap, de ‘Arbeidersdichter’

Een dichter van het volk, een echte arbeidersdichter is hij. In het Vlaardings Volksblad, een bijlage van het socialistisch dagblad Voorwaarts, schrijft Jaap ruim een jaar lang politieke poëzie onder het pseudoniem ‘Jan van Plan’. Een 'Jan van Plan' van 3 december 1935Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Zeer tegen zijn zin in brengt hij de laatste tweeënhalf jaar ervan door op een scheepswerf in het Duitse Wilhelmshaven.
Mede door deze ervaring vindt hij na de oorlog al snel vast werk bij de Schiedamse scheepswerf Wilton Feijenoord. Eindelijk heeft hij waar hij zo naar verlangde, een vaste baan. De jaren verstrijken en naarmate hij ouder wordt krijgt hij meer en meer een hang naar juist dat onzekere verleden, naar de tijd dat hij baantjes had als bootwerker, landarbeider, fabrieksarbeider, melkboer, krantenbezorger, journalist enzovoorts. Een tijd van gekwelde gedachten en emotionele herinneringen. De gedichten vloeien in deze periode rijkelijk uit zijn pen. Gedichten over zijn geboortestad Vlaardingen, over de zee en over zijn hunkering naar een betere wereld, raken zijn lezers recht in het hart. Uiteindelijk verschijnen er van zijn hand bovengenoemde rijmprent en vier gedichtenbundels, waarvan één samen met de eveneens Vlaardingse dichter Cor Don.

Jaaps kleinzoon, Dirk Tempelaar

Zijn kleinzoon Dirk Tempelaar had als klein jongetje het voorrecht door de dicht(bij)kunst van zijn ‘opa Bleekstraat’ op een andere manier in aanraking te komen met poëzie dan via de gangbare schoolse. Deze inspirerende en sociaal betrokken man drukte zijn stempel op Dirks verdere leven. Hij trad in zijn opa’s voetsporen en heeft ondertussen zelf een respectabel aantal dichtbundels op zijn naam staan. Zoals Dirk zelf zegt, “Jaap van IJperen, zeeman, afschrijversmaatje en dichter was een bijzonder mens, de vader van mijn moeder en daardoor mijn grootvader waar ik als kind dol op was”.
Op 4 juli 1972 overlijdt een bijzonder mens. Jaap van IJperen is eenenzeventig jaar geworden.
 'Noem mij alsjeblieft geen kunstenaar. Ik ben gewoon een arbeider die zo af en toe een vers schrijft'.

Jaap van IJperen (foto Dirk Tempelaar)

'Deze hand

Hoelang zal deze hand nog kunnen schrijven?
Er komt een dag, die dag komt vroeg of laat,
Dat deze hand in doodskramp zal verstijven
Nog voor het laatste woord geschreven staat.
Dan zal ik in mijn verzen bij je blijven
Terwijl het lichaam snel tot stof vergaat.'

Uit: Archief, 70 gedichten van Jaap van IJperen, 1971

Bronnen:
Jaap van IJperen, ‘Heimwee, verzamelbundel gedichten Jaap van IJperen 1901-1972’
Jaap van IJperen, ‘Archief, 70 gedichten’
Dirk Tempelaar, ‘Zomaar een greep…..zieleroerselen van Dirk Tempelaar’
Foto Jaap van IJperen: Dirk Tempelaar
Handschriften- en documentatieverzameling, inv.nr. 1247                                          Vlaardings Volksblad, 3 december 1935

 

Reacties