Direct naar navigatie

Vorpostenboten in Vlaardingen

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1900 - 1949, Thema's: Oorlog, Visserij

De Duitse bezetter confisqueerde tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende Vlaardingse schepen. Een stukje van deze duistere periode in onze recente geschiedenis kwam aan het licht in het Buizengat.

Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 lagen de haringschepen in Vlaardingen, Scheveningen, Katwijk en IJmuiden klaar om na de Pinksterdagen (12/13 mei) naar zee te varen. Door de capitulatie kwam daar echter niets van terecht. De schepen mochten van de Duitsers niet vertrekken, omdat ze (terecht) bang waren dat deze naar Engeland zouden vluchten. Alleen enkele IJmuidense trawlers die al in zee waren, lukte het om naar Engeland uit te wijken.

De VL 216 Hennie als Vorpostenboot (foto collectie H. Jehee)

Van vissen naar vechten

Door de snelle veroveringen had de Kriegsmarine een enorm tekort aan escorteschepen voor de kustkonvooien die de garnizoenen moesten bevoorraden. Daarom eiste de bezetter een groot aantal schepen op. Van de 54 Vlaardingse stoom- en motorloggers werden er in de Tweede Wereldoorlog 48 gevorderd. De schepen bouwde men om tot escortevaartuigen, waarbij de stuurhuizen verhoogd en de visruimen omgebouwd werden tot manschappenverblijven. Ook werden fundaties aangebracht voor één stuk geschut (kanon) en werden enkele luchtdoelmitrailleurs op de bak en het achterschip geïnstalleerd. De reddingsmiddelen breidde men eveneens uit want er moesten 40 manschappen op het schip kunnen verblijven. Dit in tegenstelling tot het normale aantal bemanningsleden, te weten 17 op een stoomlogger en 14 op een motorlogger.

De Duitsers schakelden de Vlaardingse scheepswerven in om de vissersschepen te transformeren tot zogeheten ‘Vorpostenboten’. Weigeren, zonder ernstige repercussies, was niet aan de orde. De bezetter huurde de omgebouwde schepen van de reders voor tien gulden per schip per dag, maar dat was een sigaar uit eigen doos. Feitelijk betaalde de Nederlandse Bank, omdat de Duitsers in elk land alle kosten van de bezetting verhaalden op dat bezette land zelf. Het is goed mogelijk – maar niet zeker – dat  in 2010 in het Buizengat gevonden anker met hakenkruis afkomstig is van zo’n 'Vorpostenboot'. De nabijgelegen Hoflaanwerf (1914-1968) was één van de Vlaardingse werven waar de schepen hun transformatie ondergingen.

Anker opgevist uit het Buizengat. Foto: P. Vermeer, Heijdra Milieu Service B.V.

Na de oorlog

Na de bevrijding moesten de 'Vorpostenboten' opnieuw omgebouwd worden tot vissersschepen en daar verdienden de werven een dikbelegde boterham mee. Ook dat werd weer betaald door de regering. Die ging bij de terugbouw echter uit van de situatie in 1939, zodat de reders alle nodige moderniseringen zelf moesten betalen. Negen schepen kwamen niet meer terug. Deze waren veelal gebombardeerd door de Engelsen.

 

Reacties