Direct naar navigatie

Verbroken trouwbeloften

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1800 - 1899, Thema's: Dagelijks leven

Er zijn en worden heel wat trouwbeloften verbroken en in de oude gerechtelijke archieven die het Stadsarchief Vlaardingen bewaart, kom je daar regelmatig vermeldingen van tegen. Laten we eens zo’n kleine geschiedenis bekijken en zien wat men daarover opschreef....

De Gorcummer smidsknecht Tijmen Dirksz. Blankhart trouwde in 1754 in Vlaardingen met de daar in 1730 geboren Annetje Meskesd. Sneeuwbal.

Trouwaantekening Tijmen Blankhart en Annetje Sneeuwbal, 12 augustus 1754Uit dit huwelijk werden tussen 1755 en 1774 elf kinderen geboren, waarvan er zeven jong stierven. Het waren eenvoudige mensen die een kamer huurden bij ene Claes Maertensz. Trapper en in de bronnen niet of nauwelijks terug te vinden zijn omdat ze geen eigen huis hadden, geen grote zaken deden en niets na te laten hadden.

Verzoekschrift

Toch komen wij het middelste kind, de in april 1764 geboren Jacoba Blankhart, tegen in de civiele rollen van de Vlaardingse schout en schepenen en dat komt door zo’n ‘verbroken trouwbelofte’. Op 25 oktober 1788 laten de 24-jarige Coba en haar vader Tijmen, notaris Pieter Verkade een verzoekschrift op papier zetten. Zelf kunnen ze niet schrijven en ze ondertekenen het stuk elk met een kruisje. Twee dagen later wordt dit verzoekschrift voorgelezen in de vergadering van schout en schepenen in het stadhuis aan de Markt. Vier punten uit de rechtelijke verklaring van Jacoba Blankhart, 25 oktober 1788

'Vleesschelijke conversatie'

In het epistel staat dat Cornelis Gerritsz. Goudappel haar had beloofd ‘haar nimmer te zullen verlaaten’ en dat zij toen ‘de zwakheid heeft gehad met hem vleesschelijk te converseren’. Dat is in die tijd de gebruikelijke term voor seksueel verkeer. Een en ander is niet zonder gevolg gebleven en Coba is op 6 augustus 1788 (de notaris schreef per abuis 8 oktober 1788) als ongehuwde vrouw bevallen van een gezonde dochter. De vroedvrouw mocht een barende vrouw alleen helpen wanneer deze verklaarde wie de vader was en Coba had zonder aarzeling daarvoor Cornelis Goudappel aangewezen omdat ze verder met niemand anders ooit vleesschelijk had geconverseerd. Bij de doop die zes weken later plaatsvond, kreeg het kind demonstratief de naam Cornelia Goudappel en Cornelis Goudappel werd als vader genoteerd. Doopaantekening Cornelia Goudappel, 24 september 1788.

Proces tegen de ontkennende verwekker

Cornelis is door Coba en haar vader diverse malen aangespoord om met haar te trouwen, ‘haare geschondene eere te beteren’ en ook alle financiële lasten te dragen, maar hij weigert dat en daarom wil Coba ‘in die fatale omstandigheeden waarinne zij zigzelve en haar ongelukkig kind thans gedompeld ziet’ tegen hem procederen. Schout en schepenen staan dat toe en wijzen haar (pro deo) Abraham Petersen, procureur bij de Vlaardingse vierschaar, als raadsman toe. Op de rechtdag van 17 november 1788 eist de raadsman van Coba dat Cornelis alsnog met haar trouwt, de 50 gulden kraamkosten voor zijn rekening neemt en haar wekelijks fl. 2,50 alimentatie betaalt, tot haar dochtertje 18 jaar is. In een schriftelijke verklaring reageert Cornelis verontwaardigd dat hij nooit eenige verkering met haar heeft gehad en dus niet de vader kan zijn.

Tot verdriet van Coba gebeurt er voorlopig helemaal niets en trouwt Cornelis vijf weken later met de 25-jarige Hendrijntje Teunisd. van Minnen. Dat ook hier vroegtijdige vleesschelijke conversatie in het spel is geweest, blijkt uit de geboorte drie maanden later van Gerrit Goudappel.

Vlaardingen rond 1750; fragment van de stadsplattegrond door Adriaan Spinder

Coba Blankhart houdt voet bij stuk

Jacoba Blankhart laat het er niet bij zitten en bijna een jaar later, op 2 november 1789, staat zij opnieuw met Cornelis Goudappel voor de rechter. Zij eist dat hij onder ede verklaart dat hij niet de vader van haar dochtertje is. Vooraf houdt de president-schepen aan Cornelis omstandig voor wat zo’n eed betekent. Hij moet zich goed realiseren dat hij hier ‘voor God en de Heilige Justitie staat…, dat de overigheid niet een instelling der menschen maar van God is en dat de rechters ook in zijn dienst staan…..’ en dat hij bij meineed …’maar niet rechters bedriegt en misleidt, maar God zelve’. En als hij onder ede niet de waarheid spreekt, dan zal ‘God Almachtig hem straffen met de eeuwige dood en verdoemenisse en hem van Zijn Heylig aanschein verstooten. Dat oock de ziele van dengeene die een kwaaden eed doet in de eeuwige duisternisse en afgrijselijke helsche pijne, niet voor zeekeren tijd, maar eeuwiglijk blijft.’           Cornelis Goudappel heeft de preek aangehoord en het erop gewaagd. Hij legt de plechtige eed af en laat de vasthoudende Coba met lege handen achter. Van de wereldlijke rechter had hij niets te vrezen, want oor- en ooggetuigen buiten hen beiden, waren er niet en DNA-testen nog veel minder.

Hoe het verder ging

Jacoba Tijmensd. Blankhart trouwde in 1791 met weduwnaar Jan Willemsz. Suiker en vertrok in 1801 met man en dochter naar Zwartewaal. Haar dochter Cornelia Goudappel keerde later naar Vlaardingen terug, waar ze op 51-jarige leeftijd trouwde met weduwnaar Jan Doensz. Kramer (1782-1848). In die trouwakte staat de bruid gewoon vermeld als dochter van Cornelis Goudappel en Jacoba Blankhart. Cornelia woonde als boetster met haar man en diens zoon aan de Broekweg. Haar vermeende vader woonde tot zijn dood in 1847, een kleine wandeling daarvandaan, aan de Hoogstraat bij de R.K. kerk. Cornelia Goudappel zou bijna 70 jaar met haar naam als permanente aanklacht door het leven gaan. Zij stierf op 5 september 1858 aan het Achterom.

Bronnen:

  • Rechterlijk Archief Vlaardingen, inv. nr. 43, fol. 124-125v, 131v-135v en 186v
  • Notarieel Archief Vlaardingen, inv. nr. 45, fol. 486-498
  • Archief Stad Vlaardingen, inv. nr. 63, akte 31
  • Doop-, trouw- en begraafboeken Vlaardingen
  • Registers van de Burgerlijke Stand Vlaardingen
  • Wijk- en Bevolklingsregisters Vlaardingen.

Reacties