Direct naar navigatie

Van stormvloeden en scheepsrampen

Door: admin, Periode: 500 - 999, Thema's: Visserij, Strijd tegen het water

Wervelstormen, vloedgolven en watersnoodrampen, de natuur kán er af en toe wat van. Meestal is het de ‘ver-van-ons-bedshow’. Toch gaat dit soort natuurgeweld ook niet altíjd ongemerkt aan ons, Vlaardingers, voorbij. De kwetsbare ligging van de stad Vlaardingen, pal aan de Nieuwe Maas en vlakbij de Noordzee, is daar debet aan…..

Stormvloeden en overstromingen

Vlaardingers hebben van oudsher een gecompliceerde verhouding met het water. Enerzijds voelen ze, turend over de Nieuwe Maas, de passie ervoor tot in hun botten gloeien, anderzijds vrezen ze deze onvoorspelbare natuurkracht als geen ander. Als we een kijkje in de geschiedenis nemen, is dat ook geen wonder.

Stormvloeden teisterden in de vroege geschiedenis de kleine nederzetting die in een drassig gebied te midden van kreken en rivieren gelegen was. De oudst bekende watersnoodramp is de stormvloed van 26 december 838, toen Vlaardingen, net als de rest van het land, geheel onder water verdween.

Dit anonieme 18e-eeuwse schilderij 'Nedergank van Flardinga' verbeeldt wellicht de grote vloed die Vlaardingen in 838 of in 1163 trof

Iets dergelijks gebeurde ook in de jaren 1134 en 1163. Bij deze laatste ramp, van waaruit vrijwel geheel Vlaardingen onder een dikke laag klei bedekt uiteindelijk weer tevoorschijn kwam, raakte het haar vooraanstaande positie als grafelijke hoofdstad kwijt. Dit was de aanleiding tot het nemen van gedegen maatregelen zodat de graaf en zijn consorten in een eventueel toekomstig grafelijk hof voortaan voor nattigheid gespaard zouden blijven.

Men legde een zogenaamde inlaagdijk aan waardoor het rivierwater op een beheersbare manier vrijelijk over en door de eerder aangelegde, kwetsbare buitendijk kon stromen in een onbevolkt stuk land er tussenin. Nadien zijn er nog vele overstromingen geweest, maar nooit meer met een dergelijke dramatische afloop.

Stormrampen en schipbreuken

Eeuwenlang vormde de visserij dé bron van inkomsten voor de inwoners van het kleine stadje aan de rivier. Een hoogtepunt was de eerste helft van de 18e eeuw, toen de Vlaardingse haven op een gegeven moment de thuisbasis was van wel 120 vissersschepen, met elk een circa 14-koppige bemanning aan boord. Een tweede bloeiperiode vond plaats in de eerste helft van de 20ste eeuw, toen de vloot wel 192 schepen telde.

Een gekleurde anonieme tekening met het opschrift 'Het redden van vier zeelieden op een zinkend schip'(op een tweede tekening de vervolgtekst 'door schipper Jan Bakker op den eersten Januarij 1829'). Naast het feit dat de meeste vissers de zwemkunst niet machtig waren en bij ruwe zee nog wel eens overboord sloegen, vormde een flinke storm een bedreiging voor het gehele schip. Heel wat schepen zijn dan ook als gevolg hiervan met man en muis vergaan.

De VL 6 ‘Maartje’

Vergeelde kranten getuigen van de ene na de andere scheepsramp. Bemanningslid F. Bunge van het loggerschip VL 6 ‘Maartje’, vergaan in een stortzee tijdens de storm van 28 oktober 1884, doet in de Vlaardingsche Courant van 12 november van datzelfde jaar verslag van een dramatische gebeurtenis:

’De ‘Maartje’ werd in de storm van 28 October 1884,’ s middags om 2 uur door een zware stortzee belopen en sloeg om. Op dek waren 4 man waaronder de stuurman en stuurmansmaat, deze 4 man kwamen direct om.
De rest van de bemanning was in het logies, het schip richtte zich weer op en 4 man wisten naar boven te komen, uit het ondergelopen logies (A. Don, B.P. Visser, Jb. De Goede en F. Bunge). De logger bleef drijven met het voorschip gedeeltelijk boven water, A. Don, één van de 4 mannen bezweek des nachts tengevolge van de ontberingen.
Van dinsdagnamiddag 2 uur tot donderdagmiddag half twaalf bleven de overige drie mannen op het boven water uitstekende deel van de logger zitten. B.P. Visser was krankzinnig geworden, en ging naar het logies, wat vol water stond en verdronk. Op 30 October ’s morgens om half twaalf werden de 2 mannen Jb. De Goede en F. Bunge gered door de Engelsche Vischsloep’General Worthly’ Grimsby 892. De redding vond plaats op 55° 30’ NB’
.

Bij deze ramp met de houten zeillogger van rederij Maatschappij ‘De Noordzee’ van Pieter en Paulus Kikkert met schipper Willem de Koning aan het roer, kwamen twaalf personen om, waarvan negen Vlaardingers.

Vierentwintig doden

De logger VL 61 'De Rijn' van de firma Van Harwegen & Den Breems in beter tijdenEen eerdere zware storm datzelfde jaar, op 27 januari 1884, zorgde voor grote bezorgdheid bij de familieleden van de opvarenden van de VL 14 ‘Cornelia’ en de VL 61 ‘De Rijn’.

 ‘Het uitzicht op de terugkeer der loggerschepen ‘Cornelia’ en ‘de Rijn’ wordt met elken dag minder, ja men staat reeds nagenoeg zeker voor de treurigen waarheid, dat alle opvarenden hun graf in de golven gevonden hebben’. Zo luidt het bericht dat op 1 maart 1884 in de Vlaardingsche Courant verschijnt.

Enkele dagen later wordt het droeve vermoeden werkelijkheid. In de Vlaardingsche Courant van 5 maart verschijnt tot ieders ontzetting dit bericht:
‘Uitzicht op de terugkeer der loggerschepen ‘Cornelia’, st.[stuurman] Jacob Storm, reederij Mij ‘De Noordzee’, 16 Januari naar zee gezeild en ‘De Rijn’, stuurman A. [Adrianus] Hopman, reederij Hoogerwerff en Co., 14 Januari naar zee gezeild, bestaat thans niet meer. Door het vergaan dezer schepen zijn 24 menschenlevens te betreuren, verloren 13 vrouwen hun echtgenoten en 22 kinderen hun vaders, en daaronder de Weduwe Storm een echtgenoot en een zoon, terwijl Van der Meer twee zoons tegelijk verloor’, gevolgd door de namen van de op dat moment geïdentificeerde doden. Saillant detail: op de monsterrol van ‘De Rijn’ komt ook de naam van A. van Dorp voor, oud 18 jaar. Omdat hij de reis niet meemaakte, bleef zijn leven gespaard. De ‘Columbus I’, die ook werd vermist, kwam behouden thuis.

Benefietacties

Om de nood van de achtergebleven gezinnen enigszins te lenigen gaf toneelvereniging ‘Varia’ een aantal dagen later een toneelvoorstelling waarvan de opbrengst voor de nabestaanden was bestemd. De week erop verschijnt de publicatie ‘Herinnering aan den storm van 27 Januari 1884, het wedervaren der ‘Columbus I’, benevens het vergaan van de ‘Cornelia’ en ‘De Rijn’ ’, een hartverscheurend epistel in dichtvorm gemaakt door ene ‘X.IJ.Z.’.

De voorzijde van het betreffende boekje dat zich in de bibliotheek van het Stadarchief bevindt

Enkele strofen van dit – in totaal 64 strofen van acht regels tellende – gedicht willen wij u niet onthouden:

‘Want vergaan, het wil wat zeggen,
Zonder ziekbed sterven gaan;
In een golvengraf te leggen,
Van de woeste Oceaan.
Als wij denken hoe die lieden,
Storm en zee uit al hun macht,
Trachten nog het hoofd te bieden,
Toch bezwijkend voor de kracht

Van het alvernielend water,
Dat wellicht in éénen golf,
Met een vreeselijk geklater,
Allen in de zee bedolf.
Zonder zelfs te kunnen denken,
Aan zichzelv’ of aan hun kroost,
Zonder eenige levenswenken,
Of een woord tot stervenstroost.

Schoon – ’t kan zóó en anders wezen,
Wellicht hebben zij gestreên,
Wellicht schreeuwden zij van vreezen,
Allen door elkander heen.
Wellicht heeft de een den ander,
Nog tot worstelen aangespoord,
Wellicht gaven zij elkander:
’t Laatst en eeuwig afscheidswoord.

Zoo gezond – zoo voor den Rechter,
God van leven en van dood,
Zoo nog worstelaar en vechter
Voor behoudenis in den nood.
Maar hoe forsch, hoe fier hoe krachtig,
Elk van hen ook wezen moog’,
Éénen wenk van God almachtig:
Sluiten vier-en-twintig ’t oog.’

En tot slot:
‘Waar zal ik mijn gave zenden?
Wel bij DORSMAN & ODÉ
Staat een BUS voor die ellende,
Deel dan dáár uw gave mee.
Als gij op deez’ zwakke klanken,
Door uw daden daar op let,
Zal de schrijver u bedanken,
Die zich teekent X.IJ.Z’.

Het boekwerkje sluit af met de namen van alle slachtoffers.

Opbrengst voor de nabestaanden

Het Vissersmonument voor de op zee gebleven Vlaardingse vissers staat op het Grote Visserijplein. De onthulling van het monument dat ontworpen is door Govert van Brandwijk, vond plaats op 29 juli 1950 De opbrengst uit de verkoop van de boekjes, prijs 15 cent per stuk, was eveneens voor de achtergeblevenen. Mede door bemoeienis van de Christelijke Jongerenvereniging ‘Liefde en Vrede’ die, zo getuigt een los briefje achterin een exemplaar dat in het bezit van het Stadsarchief is, alle jongerenverenigingen in het hele land aanschreef, bracht de totale verkoop een bedrag van 410,-- op. Hiermee was de ontvanger, het bestuur van het Visschers  Weduwen- en Weezenfonds vanzelfsprekend heel erg ingenomen.

Afhankelijk van derden

Rond het begin van de19e eeuw waren de nabestaanden afhankelijk van de gaven van de Nederlands Hervormde Kerk, van het Burgerlijk Armbestuur en het Fonds der Visscherijarmen, dat al in 1624 werkzaam was. De oprichting van het Zeemansfonds in 1840 en het eerder genoemde Visschers Weduwen- en Weezenfonds in 1877 lenigden later de nood van de achtergebleven gezinnen zo goed en zo kwaad als het kon.
Daarnaast was het, zoals we hebben kunnen lezen, ook gebruikelijk om een plaatselijke of zelfs landelijke actie voor de getroffenen in gang te zetten.

Bronnen:
‘Scheepsrampen 1839 – 1939’, D. van Os

‘Hoog water in Vlaardingen’, T. de Ridder en E. Verloop in: Musis september 2000, jrg. 6, no. 8

‘1000 jaar strijd tegen het water’, Ach Lieve Tijd, aflevering 8 – Waanders Uitgevers i.s.m. Stadsarchief Vlaardingen.

‘Herinnering aan den storm van 27 Januari 1884. Het wedervaren der ‘Columbus I’ benevens het vergaan van de ‘Cornelia’ en ‘De Rijn’ ‘, Dorsman & Odé.

Vlaardingsche Courant van 1 maart 1884, 5 maart 1884 en 12 november 1884.

Reacties