Direct naar navigatie

Heere Moses, de laatste gehangene in Vlaardingen

Door: Stadsarchief Vlaardingen

Tijdens die laatste ‘Regtdagh’, op 5 oktober 1736, maakt de uitspraak conform eis een einde aan het sprankje hoop dat de rondzwervende, in Frankfurt geboren zwerver en crimineel Heere Moses nog heeft. Die eis luidt: ‘omme te werde gebragt ter plaetse alwaer men gewoon is, alhier, binnen den stede Vlaerdingen publycque criminele justitie te doen [de Markt], en aldaer met de koorde zal werden gestraft en aen opgehangen dat er de dood op volgt ende dat voorts deszelfs doode lighaem zal werden vervoert op het Galgevelt der stede Vlaerdinge en aldaer ook ten exemple aen de galge opgehangen en sal werden gecondemneert in de costen en mise van justitie’......

Deel van de voorzijde en band van de Criminele Rollen waaruit dit verhaal afkomstig is (ORA,inv.nr.10, fol.119v-125)Deze Heere Moses zwerft voordat hij in Vlaardingen het leven laat, al een twintigtal jaren rond door Duitsland, Holland en door de andere ‘Zeeven Vereenigde Provintiën’, alleen of in dubieus gezelschap. Bij rondzwerven alleen blijft het echter niet. Bedelarij, diefstal, inbraak en heling zijn voor deze recidivist aan de orde van de dag. Zo breekt hij in het jaar 1732 in Tilburg in bij een Oost-Indiëvaarder waarna hij het pand verlaat met goud- en zilvergeld, gouden kettingen, zilveren lepels en gouden ringen die hij meteen bij een Utrechtse zilversmid te gelde maakt.
Ook een priester in Leeuwarden is slachtoffer van Heere en zijn kornuiten. Na een nachtelijke inbraak, waarbij de wakker geworden priester met het breken van zijn nek gedreigd wordt, kiest deze eieren voor zijn geld. De buit is aanzienlijk. De dieven nemen met 500 guldens de benen.

Gestraft voor zijn daden

Zijn twee ‘partners in crime’, twee ‘smoussen’ [smous=scheldnaam voor jood] worden kort hierop in dezelfde stad aangehouden en geëxecuteerd, waarna Heere Moses zijn weg alleen vervolgt. In Tiel neemt men hem evenwel in hechtenis en om niet duidelijke redenen vervoert men hem naar Weesp, waar hij onder andere –overigens vals– beschuldigd wordt van moord op de priester. Vervolgens wordt hij in het openbaar gegeseld en gebrandmerkt, moet hij met de strop om zijn hals onder de galg staan en wordt hij voor eeuwig verbannen uit Holland, Zeeland en West-Friesland. Blijkbaar in het geheel niet ontmoedigd door zijn recent ondergane straf, valt hij al snel in hetzelfde criminele gedrag terug.

Nieuwe reeks misdrijven

In Nijmegen ontmoet Heere Moses twee nieuwe kompanen, Jan van Dusseldorp en Johannes van Cleeff. Deze personen raken later ook betrokken bij het misdrijf dat hij in Vlaardingen zal begaan. Met hen trekt hij een spoor van diefstallen, inbraken en geweldplegingen in achtereenvolgens de plaatsen Nijmegen, Arnhem, Huizen, Amsterdam, Utrecht, Gorinchem, Bergen op Zoom, Steenbergen, Middelburg, Goes, een onbekend dorp tussen Haarlem en Leiden, ín Leiden, Culemborg, Vianen, Bommel, ’s-Hertogenbosch, Dordrecht en Willemstad.

Overval in VlaardingenTot in detail wordt het op Vlaardings grondgebied begane misdrijf beschreven (ORA, inv.nr. 10, fol. 119v-125)

Dan belandt het zwervend gezelschap op 28 augustus 1736 in Vlaardingen. Op het ‘steene caetje aen den groten Maesdijk, zijnde de toepad naer der stede Vlaerdingen’, beraamt Heere Moses, opgestookt door zijn kornuiten, een overval op een in de verte aankomend ‘vrouwspersoon’. Hij verstopt zich achter een schutting en overvalt haar zodra zij gepasseerd is. “Vermoort de vrouw, wij sullen u helpen en het goed dat sij heeft, zullen wij tsamen deelen”, roepen Van Dusseldorp en Van Cleeff. Het loopt echter anders. Het ‘aen komen rijden van twee cheesen [rijtuigen]’ heeft voorkomen dat Heere Moses ‘zijn voorseyde boos voornemen heeft konnen volvoeren’. De vrouw brengt het er levend vanaf en krijgt haar bezittingen terug. Met Heere Moses loopt het minder goed af. Hij wordt opgesloten in het cachot van het stadhuis.
Een maand later, op 28 september, vindt de eerste ‘Regtdagh’ plaats.
Hier krijgt Heere Moses, naast het op Vlaardings grondgebied gepleegd misdrijf, ook alle elders in het land gepleegde misdaden voor zijn voeten geworpen. Op de tweede ‘Regtdagh’, die plaatsvindt op 5 oktober, bekent hij al zijn misdaden ‘buyten pijne en banden van ijser’[hierover later meer], waardoor zijn lot bezegeld is.

‘Met de koorde gestraft’Zo zag de Markt eruit in het jaar 1745 (PRVL480, gravure van J.C. Philips uit de Handvesten)

Ondanks het feit dat de Vlaardingse dame het er levend vanaf brengt, is het oordeel van de ‘Welgeborene mannen der stede en ambagte van Vlaerdingen’ onverbiddelijk. De in Vlaardingen gepleegde gewelddadige overval plus ‘alle het voornoemde sijn saeken en feyten, die ter plaetsen daar de justitie vigeert, niet kunnen ofte mogen getollereert, maer anderen tot een affschrik en exempel op het rigoureuste moeten en gehoren gestrafft te werden’.
Zo komt er aan het leven van Heere Moses, alias Abraham Mordechay, Hessel Marcus en Jacob Hendriksz, schuilnamen waarvan hij zich ook wel bediende, vijf dagen later, op 10 oktober van het jaar 1736, een eind. Voorafgegaan door klokgelui hangt de plaatselijke beul hem, vóór het Stadhuis op aan de galg. Na de voltrekking van het vonnis sleept men zijn dode lichaam met behulp van een plank of ‘horde’ [plat vlechtwerk gemaakt van (wilge)tenen] naar het Galgeveld aan de rivier De Maas.

Op deze kaart van Van Berckenrode uit 1632 zien we bij nr. 10 in de legenda de galg of 'Het Gerecht'Hier hangt men het lijk aan een daar opgerichte tweede galg op. Deze dient er speciaal voor, de eerder op de Markt geëxecuteerde misdadigers als afschrikwekkend voorbeeld voor iedere passant tentoon te stellen. De huidige Galgkade herinnert ons nog steeds hieraan. Wat er met zijn makkers is gebeurd, is niet duidelijk.

Kleine jurisdicties

Of een inwoner van Vlaardingen in dit geval hetzelfde lot had ondergaan als deze uit Duitsland afkomstige jood, zouden we in twijfel kunnen trekken. Tijdens het Ancien Regime (de tijd vóór de Franse Revolutie van 1789) ontstonden veel kleine jurisdicties of rechtsgebieden. Hierdoor kregen veel plaatselijke notabelen een rol als rechter toebedeeld, wat de onpartijdigheid tijdens de rechtszitting vermoedelijk niet ten goede kwam.
Criminele rechtspraak, ook wel extra-ordinaire rechtspraak genoemd, werd in de steden in Holland uitgeoefend door het schepengerecht, op het platteland doorgaans door de ‘welgeboren mannen’. Deze werd toegepast als er sprake was van een delict waarop de wet een straf had gesteld zwaarder dan een bepaalde geldboete.
Was de rechter er door overvloedig bewijsmateriaal van overtuigd dat het om een ‘capitaal’ misdrijf ging, waarop maximaal de doodstraf stond, dan kon hij toestemming geven tot het gebruik van de pijnbank (‘tortuur’). Als een verdachte tijdens het martelen bekende, moest hij deze bekentenis buiten de folterkamer nog eens herhalen. Het strafprocesrecht vereiste namelijk dat men elke bekentenis uiteindelijk ‘buiten pijn en banden van ijzer’ aflegde, anders was deze niet geldig.

Scala aan straffen

Men beschikte in die tijd over een heel scala aan straffen. Zo had je de ‘te pronkstelling’, de geseling in het openbaar of binnenskamers, het brandmerken, de doodstraf (door de galg, het rad, het zwaard of door verdrinking), de verbanning, het ‘zitten op water en brood’, de tucht- en werkhuisstraf, een geldboete of een combinatie hiervan.
In Nederland is de doodstraf in het jaar 1870 afgeschaft. Tien jaar eerder al, vond in Maastricht de laatste openbare terechtstelling in vredestijd plaats. In die tussenliggende periode is de doodstraf nog wel geëist, maar door het verlenen van gratie, nooit meer uitgevoerd.

Bronnen:
-Oud Rechterlijk Archief, Crimineele Rollen van Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht, inv.nr.10, fol. 119v-125.
-Diederiks, H.A., S. Faber en A.H. Huussen jr., Strafrecht en criminaliteit (Zutphen 1988).
-http://www.kb.nl/dossiers/doodstraf/index.html

Reacties