Direct naar navigatie

Gerrit Metzon, slaaf in Algiers I

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1800 - 1899, Thema's: Handel en industrie, Gezag en politiek

Bij slavernij denken we doorgaans aan zwarte Afrikanen die door Europese slavenhandelaren werden verscheept naar Noord- en Zuid-Amerika en daar gedwongen werden te werken op suikerriet- en andere plantages. De Vlaardingse kapitein op de koopvaardij Gerrit Metzon maakte echter anders mee…

Het dagboek van Metzon is gedrukt in 1817. Het originele manuscript is helaas verdwenen“In de maand Junij des jaars 1814, bevond ik mij, met mijn onderhebbend buisschip De Twee Gebroeders, varende voor rekening van den Reeder R. Troost, te Vlaardingen, in de haven van Kadix....”. Zo begint het waarheidsgetrouwe en indrukwekkende ‘Dagverhaal van mijne lotgevallen, gedurende eene gevangenis en slavernij van twee jaren en zeven maanden, te Algiers’, opgeschreven door Gerrit Metzon. De lezer ervan krijgt niet alleen een persoonlijk relaas van deze gevangengenomen christen, maar wordt ook een kijkje gegund in de leefwijze, zeden en gebruiken in de stad Algiers rond 1814.
Een vergeten hoofdstuk is het: de één miljoen christenslaven die tot in de 19e eeuw door Noord-Afrikanen als ‘christenslaaf’ te werk werden gesteld. Onder hen bevonden zich zo’n twaalfduizend Nederlanders. De Vlaardingse kapitein Gerrit Metzon overkwam op zaterdag 25 juni 1814 een dergelijk lot. Hij is één van de slechts twee Nederlanders die zijn ervaringen op papier heeft gezet. De kapers, eigenlijk Algerijnen, noemt hij Turken en Moren, een verzamelnaam voor de bewoners van de kuststreek van Noord-Afrika.

‘Kom uit de kooi, de Turken zijn aan boord!’

Volgeladen met zout en kurk, had het buisschip ‘De Twee Gebroeders’ zes dagen eerder de terugreis uit Cádiz naar huis aanvaard toen het mis ging. Die vijfentwintigste juni 1814 is de zee rustig en de lucht helder als op anderhalve mijl van Kaap St.Vincent drie schepen aan de horizon verschijnen. Om 10 uur maakt zich een boot los die op het Hollandse schip af roeit. Even later zien Metzon en zijn stuurman tot hun grote schrik dat de tulbanddragende officieren en ‘moedernaakte’ bemanningsleden met dolken in hun handen aan boord klimmen. Met grof geweld plunderen zij het hele schip waarbij de poedelnaakte, in hun slaap verraste Hollandse bemanningsleden met lede ogen moeten toezien hoe de Turken zich in hún kleding hullen. Twee Turkse officieren grijpen ondertussen in de kajuit Metzon bij de borst en schreeuwen:‘Roppi, Roppi, Christiana!' (Christen, geef uw goed!). Als hij niet snel genoeg reageert, grist één van de Moren hem alvast zijn horloge af waarna de rest zich stort op alles wat maar enigszins los en vast zit, het in grote zakken stopt en deze overboord in hun eigen schip gooit.

Weg van 'De Twee Gebroeders'

Metzon en de stuurman, die na een smeekbede zijn zoontje bij zich mag houden, worden gedwongen aan boord te gaan van het Algerijnse fregat. “Bij ons vertrek van het schip stond al mijn volk langs het boord, en met schreijende oogen wierd mij de laatste afscheidsgroet toegeroepen; ik moest door aandoening, mijn hoofd omwenden, en zeide de mijnen insgelijks vaarwel! We roeiden naar de fregatten, die ons in dien tusschentijd, door eene opgekomene koelte uit het N.O. veel genaderd waren. Onder het overroeijen viel mijn oog op twee papegaaijen, die ik te Kadix gekocht had; deze vogels lagen van hunnen houtjes, plat op de grond hunner kooijen, en schenen ons ongeluk met ons te betreuren….”.
Na nog een vruchteloze poging te hebben ondernomen om zijn platgetrapte, onder de banken geraakte slaapmuts te redden, werden Metzon met zijn stuurman en diens zoontje aan boord van een van de fregatten gebracht. Metzons schip ‘De Twee Gebroeders’ mét bemanningsleden was hen onder het commando van twee gewapende Algerijnen gevolgd. Eenmaal aan boord viel Metzon stil van verbazing over de vele Turken en Moren die hun vreugde over het naderende schip vol Europese ‘schatten’ niet onder stoelen of banken staken.
Hier zag hij ook kapitein Reindert de Jong, diens zoon en kapitein Andries Rijk van het kofschip ‘De Vigilantie’ weer terug, die hij al eerder in de haven van Cádiz had ontmoet en die blijkbaar hetzelfde lot hadden ondergaan.
Na een paar korte gesprekken met hen werd Metzon met geweld naar de valreepstrap gebracht, waarna hij weer de boot in moest. Bij het wegroeien riep zijn stuurman hem al snikkend achterna: “Goedennacht, Kapitein! In eeuwigheid zien wij elkander niet weder!”
Al snel bleek dat de Turken hem naar zijn eigen schip terugbrachten om de kok, Michiel Noordhoek, weer mee te nemen. Het tweede fregat bracht een sergeant en drie soldaten aan boord en nam matroos Willem van Hees weer mee naar het ‘roofschip’. Aan boord waren nu de matrozen Pieter de Heer, Arij Stavoren, Andries Metzon, zoon van zijn broer, Christoffel Magerman, die min of meer als tolk diende en Metzon zelf.

Potloodtekening van G.J. Groeneveld van de overmeestering van het schip door de AlgerijnenDe ‘levenswijs’ van de Moren en Turken

Uit het dagboek blijkt dat dit gezelschap van 25 juni tot 19 juli in een ‘hembd, met eenen ouden broek aan het lijf, en zonder doek of muts om of op het hoofd, op de kale planken slapen moest’. Ondanks alle ellende had Metzon toch de helderheid van geest om de gewoonten van de Turken en Moren te observeren. Hij doet dan ook uitgebreid verslag van hun dagelijkse rituelen. Hierbij hoorde ook het zoeken van ongedierte, ‘dat zij veeltijds, volgens hunne gewoonte, nevens zich op het dek neder wierpen’. Dit noopte de Hollanders het dek wel een aantal keren per dag schoon te maken en af te spoelen.
Dan arriveren ze op 31 juli  in Algiers. Daar worden ze naar de Marine gebracht en voorgeleid aan de Basfa, de Turkse landvoogd. Hun leven als slaaf begint……

Vervolg: Gerrit Metzon, slaaf in Algiers II

Bron: ‘Dagverhaal van mijne lotgevallen, gedurende eene gevangenis en slavernij van twee jaren en zeven maanden, te Algiers, met eene korte beschrijving van die stad, de levenswijs, zeden en gebruiken van hare inwoonders’ dat in 1817 in druk het licht zag. Het Vlaardingse Stadsarchief bezit hiervan een (uiterst zeldzaam) exemplaar.

Zondagavond 18 september 2011 startte de NTR met de vijfdelige televisieserie ‘De Slavernij’. De eerste aflevering van ‘De Slavernij’  waarin het verhaal van Gerrit Metzon uit de doeken wordt gedaan door Peter Hollander, een nazaat van Gerrits broer, en stadsarchivaris Harm Jan Luth, werd uitgezonden op zondag 18 september om 20.15 uur op Nederland 2. De serie wordt gepresenteerd door Daphne Bunskoek en Roué Verveer.

Reacties