Direct naar navigatie

Gerrit Metzon, slaaf in Algiers IV

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1800 - 1899, Thema's: Gezag en politiek, Handel en industrie

‘Geluk, mijn vrienden, die van ’t juk u ziet bevrijden! Hoe vaak beschouwde ik u met hart’lijk medelijden; Gij zijt van slaafsche boei, van ketenen verlost Wier last u zuchten deed en tranen heeft gekost...’ Bovenstaande regels uit het triomfdicht, dat Metzon uiteindelijk bij het verlaten van Algiers onder ogen zal krijgen, illustreren tevens de positieve wending die de situatie voor Metzon al eerder zou krijgen....

 De vastentijd breekt aan. Na vier weken wordt deze periode traditioneel beëindigd met een ‘groot, driedaags vreugdefeest, gedurende hetwelke alle de vlaggen der schepen gehesen werden, zoo als ook maskeraden en andere vermakelijkheden plaats hadden; al de slaven mogten tot des middags te 4 uren door de stad gaan, en de Consuls kwamen, naar gewoonte, den Dei met [een] handkus begroeten’.
Het kapen van schepen gaat ondertussen gewoon door. Geregeld vaart een konvooi Turkse schepen uit op rooftocht. Het voedsel aan boord is erg eenzijdig en bestaat alleen uit olie, brood en olijven. Naast gebrek aan vers water noopt dit de Algerijnse kapers om het na een week of 4 á 5 voor gezien te houden.

Bevrijd van slavenarbeid
Rechtsonder, op pagina 101, de passage over de vrijlating van Metzon en De Jong

Na de eerdere vrijlating – na bemiddeling van de Zweedse consul – van Arie Riedijk, zijn zoon en Andries Rijk, is nu Gerrit Metzon zelf aan de beurt. Tot zijn grote vreugde zorgt de Engelse consul ervoor dat hij samen met kapitein Reindert de Jong op 23 december ontheven wordt van de slavenarbeid. Zij krijgen onderdak in het buitenverblijf van de Deense consul, dat een kwartier gaans van de stad Algiers ligt.
Op 1 januari 1816, tijdens een Nieuwjaarsbezoek aan de consuls, doet Metzon een poging ook zijn stuurman Paulus Metzon vrij te krijgen. Helaas kunnen de consuls hier op dat moment niet voor zorgen, maar zij beloven wel hun uiterste best voor hem te doen.

Periode van voedselschaarste

Ondertussen wordt het steeds moeilijker voor iedereen in en om de stad om aan voedsel te komen. Oorzaak is de grote droogte, waardoor er weinig gewassen groeien. Wát er groeit vreten de miljoenen sprinkhanen op die in een grote wolk vanuit het oosten naar het westen over het land trekken. Door de voedselschaarste zien Metzon en De Jong zich zelfs genoodzaakt een bezoek aan de gevangenis te brengen, om van de slaven nog wat overgebleven roggebrood te kopen.
Dan, op 3 april, sluit Admiraal Lord Exmouth de vrede voor de koninkrijken Napels en Sicilië, waarop tegen betaling van losgeld de hieruit afkomstige 350 slaven een paar dagen later ingescheept worden en vertrekken. Met lede ogen slaan de achterblijvers dit tafereel gade.

Op 20 april is het dan eindelijk zover. Door bemiddeling van de Amerikaanse consul komt Metzons stuurman, Paulus Metzon, vrij. Deze neemt zijn intrek bij Metzon in huis.
Na een dramatisch verlopen, mislukte poging van een Engels eskader onder bevel van Admiraal Lord Exmouth, waarbij hij de onmiddellijke vrijlating van alle christenslaven eiste, duurt hun gedwongen verblijf in Noord-Afrika voort.Deel van de uitgebreide beschrijving van de mislukte poging van Lord Exmouth waarbij hij de vrijlating eist van alle christenslaven

Bijzonder transport

Een bijzonder transport vindt plaats op 29 mei. Een achtergebleven Engels fregat begeleidt twee Turkse koopvaardijschepen naar Constantinopel. Aan boord bevindt zich een bijzondere lading; beren, leeuwen en struisvogels als geschenk voor de sultan plus een hoeveelheid Turken die op weg zijn naar Mekka.
Voor de christenslaven breekt een hete en moeilijke zomer aan, waarbij velen van hen in het Hospitaal belanden. Ook kapitein Reindert de Jong wordt ernstig ziek en wordt door Metzon per muilezel naar het Hospitaal vervoerd. Ondanks dat voor zijn leven gevreesd werd, knapt de man na enige tijd toch weer op.

Dan, op 7 augustus van het jaar 1816, neemt het lot voor Gerrit Metzon en zijn lotgenoten een onverwachte wending………

Vervolg: Gerrit Metzon, slaaf in Algiers V

Bron: ‘Dagverhaal van mijne lotgevallen, gedurende eene gevangenis en slavernij van twee jaren en zeven maanden, te Algiers, met eene korte beschrijving van die stad, de levenswijs, zeden en gebruiken van hare inwoonders’ dat in 1817 in druk het licht zag. Het Vlaardingse Stadsarchief bezit hiervan een (uiterst zeldzaam) exemplaar.

 

Reacties