Direct naar navigatie

Gerrit Metzon, slaaf in Algiers II

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1800 - 1899, Thema's: Handel en industrie, Gezag en politiek

Onder luid gejoel en hoongelach van de toegestroomde menigte, arriveren Metzon en zijn matrozen Pieter de Heer, Arij Stavoren en Andries Metzon, de zoon van zijn broer en zijn passagier Christoffel Magerman na een lange tocht door de nauwe straatjes van Algiers eindelijk bij de ‘Prison’, het slavenverblijf. Na registratie ontvangen zij van de bewakers het ‘gewone teeken der slavernij, bestaande in een ligte beugel aan het been’ …

Bedrukt zoeken ze troost bij elkaar. Een medeslaaf geeft hen enkele roggebroden en maakt hen een beetje wegwijs in het door een ondraaglijke stank vervulde slavenverblijf.

Op de pagina's 25, 26 en 27 beschrijft Metzon het slavenverblijf
In de loop van de middag druppelen de gevangenen na een lange en uitputtende werkdag binnen. Onder hen bevinden zich de stuurman, een jongen en vier matrozen van het kofschip ‘De Vigilantie‘, die er dan al acht zware dagen op hebben zitten.
Enkele bemanningsleden van een Amerikaanse brik, die hier al twee jaar gevangen zitten, zorgen voor schone kleren zodat ze hun smerig geworden kleding zo goed en zo kwaad als het gaat, kunnen wassen. De kapitein van dit schip was op borgtocht vrij en had inmiddels in Algiers zijn connecties. Dat was een geluk bij een ongeluk. Een onbekende ‘Christen Heer’ zorgt ervoor dat Metzon en zijn kompanen een onderkomen krijgen in een aparte ruimte, het taphok. Bovendien krijgen zij een speciale behandeling, die hen elke avond ‘een redelijk maal met eene halve flesch wijn’ oplevert.
Metzon krijgt voorlopig werk op de zeilmakerij, ‘zijn volk’ moet zoutzakken lossen.
Ondanks de bemoeienis van de Amerikaanse kapitein is het leven als slaaf hard. De dag begint als de zon opkomt en bestaat uit een aaneenschakeling van zware werkzaamheden, zoals het lossen van schepen, het halen en wegslepen van zware stenen, het dragen van kalk en puin en riet snijden waarbij ze de vele stokslagen van de gevangenbewaarders en de schoppen en stoten van de Turken lijdzaam moeten ondergaan.

Weerzien

Ondertussen lopen er voortdurend gekaapte schepen uit allerlei windrichtingen de haven binnen waarna deze – volledig leeggeroofd – meestal weer vrijgegeven worden. Donderdag 4 augustus brengt het fregat ‘De Portugees’ zijn ontredderde en vervuilde matroos Willem van Hees aan wal. Op 6 augustus arriveert het Algerijnse ‘roofschip’ ‘De Commandant’ in de haven van Algiers. Kapitein Andries Rijk en tweede kapitein Reindert de Jong met zijn zoon van ‘De Vigilantie’ evenals Gerrit Metzons stuurman Paulus Metzon met zijn zoon en zijn kok, Michiel Noordhoek, stappen aan land en belanden ónder de luizen, vlooien en ander ongedierte, in de gevangenis. Hier worden ze emotioneel begroet door Metzon en de anderen. Kapitein Rijk ontbreekt, die is vanwege zijn verlamming die hij al voor vertrek door een beroerte had opgelopen, naar het hospitaal gebracht.
Even gloort er hoop. Op 23 oktober krijgt de Engelse consul het bevel met volmacht van het ‘Nederlandsche Gouvernement’ om de kwestie Metzon en andere Hollandse christenslaven met de Algerijnen te regelen waardoor hun bevrijding dichterbij lijkt te komen. Helaas werpt deze poging geen vruchten af. Een latere inspanning van de Nederlandse consul in Marseille zorgt er wel voor dat de gevangenen nét voor de regentijd en het slechte weer van nieuwe kleren en voedsel worden voorzien.

Voorvallen

Verder noteert Metzon in zijn dagboek nog de volgende voorvallen. Het vijf dagen durende bezoek van de Koning van Oran, die bij zijn vertrek ‘twee slavenjongens om hem te dienen’ mee terugnam. De 300 stokslagen die een Siciliaanse slaaf kreeg omdat hij had moeten hoesten in het bijzijn van ‘één der Opperhoofden’. Een opmerkelijke gebeurtenis vond plaats op 31 december 1814. Op die dag worden de slaven in alle vroegte door een groot aantal slavendrijvers door de stad gejaagd naar het binnenplein van het paleis van de Dei, de heerser van Algiers. ‘Aan de overzijde van dit plein, kregen wij ieder, van den Basfa, een pak kleederen, waarmede wij ons, zoo hard wij loopen konden, buiten het paleis begeven moesten, alwaar wij door de slavendrijvers wederom naar de gevangenis teruggedreven wierden’. Hier aangekomen blijken de kledingstukken van de slaven niet alleen precies hetzelfde te zijn, maar ook nog eens dezelfde maat te hebben, wat een bizarre uitmonstering tot gevolg heeft. Sommigen verkopen dan ook hun kledingstukken voor 50 Hollandse stuivers aan anderen door.

Toenemende wreedheden

De toenemende wreedheden van de zogenaamde ‘opperhoofden’ en andere slavendrijvers lopen gaandeweg meer en meer uit de hand, wat blijkt uit het volgende voorval: ‘Den 28sten Februarij ankerde op de Reede een Grieksch schip, komende van Smirna, geladen met IJzer, Rozijnen, Corenten en Brandewijn. Een Griek, die zich voor een Turk had opgegeven, werd dadelijk het hoofd afgeslagen... ‘
Dan, op 22 maart, drijven de slavendrijvers op bevel van de Basfa de gevangenen met grof geweld bijeen bij de Marine.Een indruk van het Marinecomplex aan de haven Daar zien ze onder het gebulder van kanonschoten dat de vlag op alle schepen en ook op de kastelen gehesen wordt. Wat zou er aan de hand zijn? Dan horen ze dat de Dei is afgezet, onthoofd en vervangen door zijn 80-jarige ‘eerste Staatsdienaar’. De reden van deze drastische maatregel was ‘zijne goddelooze en wreede levenswijs’. De Dei had tijdens zijn vijfjarige regeerperiode onder meer ‘zes Grieksche slavenjongens ellendig om het leven gebragt, twee derzelve in eenen oven verbrand en vier in stukken gehouwen, nadat hij alvorens zijnen wil met dezelven volbracht had; eene menigte vrouwspersonen had hij gruwelijk mishandeld; ook had hij eenen grooten hond – doch de menschelijkheid verbiedt hier van meer te schrijven. Dit misdrijf was hier zoo algemeen, dat het als een spel en eene beuzeling gerekend werd’.
Twaalf dagen later, tijdens de ‘Turkschen Sabbath’, horen Metzon en zijn metgezellen in de gevangenis voor een tweede maal kanonschoten. Wat had dat te betekenen? De situatie had zich herhaald; de nieuwe Dei had hetzelfde lot ondergaan als de vorige, echter volgens Metzon dit keer omdat ‘deze goede oude man, oogenblikkelijk na zijne aanstelling, allen Consuls had doen aanzeggen, dat hij met alle Christen Mogendheden in vrede wenschte te leven’. Zijn executie gaat hen erg aan het hart en belooft bovendien niet veel goeds voor de toekomst.
Dan krijgen zij op 15 april opnieuw een teleurstelling te verwerken. Napoleon zou, na zijn ontsnapping van Elba, weer tot keizer van Frankrijk zijn uitgeroepen en met een flinke legermacht naar de Nederlanden onderweg zijn. Wat had dat voor gevolgen voor Metzon en de overige Hollandse christenslaven……..?

Vervolg: Gerrit Metzon, slaaf in Algiers III

Bron: ‘Dagverhaal van mijne lotgevallen, gedurende eene gevangenis en slavernij van twee jaren en zeven maanden, te Algiers, met eene korte beschrijving van die stad, de levenswijs, zeden en gebruiken van hare inwoonders’ dat in 1817 in druk het licht zag. Het Vlaardingse Stadsarchief bezit hiervan een (uiterst zeldzaam) exemplaar

 

Reacties