Direct naar navigatie

Reisindrukken van Marius Gerrit Wagenaar Hummelinck II

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1900 - 1949, Thema's: Verkeer en vervoer, Handel en industrie, Cultuur en vermaak

September 1912. Eindelijk is het zover, het einde van de bootreis is in zicht. Door een draadloze telegrafieverbinding weet men aan de wal hoe laat het s.s. Rijndam de Hudsonbaai binnen zal lopen. Het Vrijheidsbeeld en de skyline van New York maken een verpletterende indruk op het gezelschap.

De Nederlandse delegatie op het dekLang kunnen ze er niet bij stil blijven staan, want de koffers moeten worden klaargezet om van boord gebracht te worden. Het verdient hierbij aanbeveling om de hut-steward die met dit karwei belast is, een gepaste fooi te geven, anders zou het wel eens zo kunnen zijn, dat de koffer niet op het juiste adres wordt afgeleverd…..
De ontscheping vindt plaats in het dok van de Holland-Amerika Lijn in Hoboken.
Als alle formaliteiten afgehandeld zijn, waagt het gezelschap zich in de bloedhitte van een zinderend New York. ‘Zwemmend in het zweet’ bereiken Marius Wagenaar Hummelinck en de andere congresleden via een tunnel onder de Hudson, uiteindelijk het Central Station van de New Pensylvania Railroad. Hier staat de Express naar Washington al klaar, waar de officiële opening van het 8ste Internationale Congres van Toegepaste Scheikunde zal plaatsvinden.

Met de trein naar Washington

De coupés van de Express zijn ruim en praktisch, maar zakelijk en ongezellig ingericht. Klassenverschil is er over het algemeen niet. Tot zes kilometer buiten New York rijden de treinen op elektriciteit, dan pas worden er locomotieven voorgezet. Een maatregel die – toen al – uit milieuoverwegingen genomen is om de stad niet door rook te verontreinigen. Om dezelfde reden mogen de New Yorkers ook geen kolen stoken.
Het landschap dat ze onderweg aan hun ogen voorbij zien trekken, valt hen tegen. Wagenaar Hummelinck: ‘Hier was niets van de moderne beschavingswerken te vinden. Een ongecultiveerd terrein, rijk aan biezen en plassen’.
Na een treinreis van zes uur arriveren ze in Washington.

Een ‘Gardenpartij’ in het ‘White House’

Over Washington is Wagenaar Hummelinck meer te spreken. ‘Ik kan niet nalaten eenige prachtige gebouwen als het Capitool, het Patent Gebouw, het New National Museum, Treasury Building even te releveeren, en dan mogen wij vooral niet ‘de naald’ vergeten, waarvan ieder rechtgeaard bewoner van Washington U zal vertellen, dat de grootste merkwaardigheid van deze naald is, dat er niets opstaat’.
Hier nemen ze hun intrek in het Raleigh Hotel, vlakbij het New Willard Hotel, waarin de bureaus van het Congres gevestigd zijn. De leden van het gezelschap betalen in dit luxe hotel drie dollar per nacht voor een eenpersoonskamer met bad en wc. Naast alle gewenste informatie en een aantal invitatiekaarten van ‘chemistenclubs’, krijgen ze van president William Howard Taft een uitnodiging om naar een ‘gardenpartij’ in het ‘White House’ te komen. Hier treffen Wagenaar Hummelinck en consorten een zeer beminnelijke en toegankelijke gastheer aan, die vanwege een verstuikte voet ‘gezeten in een grooten stoel op één van de lawns’ zijn gasten ontvangt. Door dit euvel kon president Taft die morgen tot zijn spijt echter niet bij de interessante, maar sobere opening van het Congres aanwezig zijn.
Twee dagen van congresbezoek volgen, waarbij Wagenaar Hummelinck de tweede dag grotendeels vult met een rondrit met een ‘seeing car’. ‘Deze seeing cars zijn in Amerika veel in gebruik; het zijn groote auto-omnibussen, waar het maximaal aantal menschen ingeladen wordt, allen op dwarsbanken zittende, vooruit ziende en dikwijls nog over elkaar heen. Een soort van gids, die dan voorop staat, vertelt over de gebouwen die men passeert of bezichtigt’. Ook staat er diezelfde middag een autotochtje rondom Washington op het programma.

Terug naar New York

Pas laat in de middag nemen Wagenaar Hummelinck en het gezelschap weer de trein terug. Om ongeveer middernacht arriveren ze in New York waar ze hun intrek nemen in enkele voor studenten bestemde kamers van de Columbia University. Volgens Wagenaar Hummelinck is dit een ‘koude ontnuchtering’. ‘De matig verlichte hal, de lift met den negerjongen, de lange gangen met honderden deuren en ten slotte onze koud gemeubileerde kamers maakten op ons een soberen indruk. Ze waren voorzien van zwaar, plomp eikenhouten meubelen en een zeer primitief bed zonder enige luxe of verfraaiing; want het versieren van de wanden met schilderijtjes of platen was ten strengste verboden. Een klein fonteintje, voorzien van lauw, stinkend en ondrinkbaar water, diende voor waschgelegenheid. Wij waren allen afgereisd en dorstig, bediening was er niet; is het dan te verwonderen dat wij een gevoel van eenzaamheid en verlatenheid, ja van ingekerkerd te zijn, over ons kregen?’…….
De volgende ochtend, na een goede nachtrust genoten te hebben, hangt de vlag er heel anders bij. Als ze bij daglicht ontdekken dat de Columbia University een luisterrijk complex is van fraaie gebouwen en lommerrijke parken en dat het bovendien gunstig gelegen is ten opzichte van de vergaderzalen van het Congres, besluiten ze dan ook geen hotel op te zoeken, maar van de studentenkamers en het universiteitsrestaurant gebruik te blijven maken.

Congresbezoek gelardeerd met uitstapjes

De inrichting van het New Yorkse deel van het 8ste Internationale Congres van Toegepaste Scheikunde valt tegen. Zo is de bewegwijzering naar de verschillende congreszalen onvoldoende, werken de projectielantaarns niet omdat de meeste lokalen niet verduisterd kunnen worden en blijkt de fonograaf niet geschikt om discussies op te nemen. Het amusement dat rondom het Congres wordt aangeboden maakt echter veel goed. Het programma is zeer uitgebreid en afwisselend. Tea’s en recepties, baseballwedstrijden, een bezoek aan de gigantisch grote schouwburg en een boottochtje op de Hudson zorgen voor genoeg vertier. Op de rivierstoomboot die plaats biedt aan 1.600 personen, moet het gezelschap de copieuze lunch, die uit koude schotels zalm, kreeft en kip bestaat, bekopen met een toxinevergiftiging die onder meer professor Boeke, lid van de Hollandse delegatie, velt.
Het Congres wordt afgesloten met een luisterrijk diner voor 1.600 personen in het Waldorf Astoria Hotel.Het Waldorf Astoria Hotel in New York rond 1912 (foto Shutterstock)

Amerikaanse vernuftigheden en gewoonten

Op een dag maakt Wagenaar Hummelinck op een onaangename manier kennis met een Amerikaans staaltje van techniek. Op humoristisch wijze beschrijft hij het voorval: ‘Het is mij overkomen dat ik mij de luxe permitteerde een paar sigaren van 10 cents te koopen, waarbij ik kennis maakte met eene hoogst geniale puntjesafsnijmachine. Bij het door mij ingestelde onderzoek naar het gaatje waar men de sigaar in moest steken, bleek deze machine reeds goed gefunctionneerd te hebben, ten minste, het topje was van mijn vinger af en had een plaatsje gezocht onder de sigarenpuntjes. Achter het gaatje bevond zich blijkbaar een roteerend mesje. De operatie was geheel pijnloos, hoewel de latere indrukken toch minder aangenaam waren……’.
Kritisch observeert hij de – voor een Europeaan vreemde – Amerikaanse gewoonte om op kauwgom te kauwen. ‘Ook dit is iets, dat op een vreemdeling een allerzonderlingsten indruk maakt. Wanneer men in een tram rijdt, kan men er zeker van zijn, dat 20 à 30 % van de menschen gummi zit te kauwen; het kakement gaat dan op eene wanhopige manier op en neer, met of zonder open mond; men krijgt geheel den indruk of men tegenover een herkauwend dier zit….’.
Tussen 5 en 6 uur in de namiddag lopen de kantoorgebouwen massaal leeg. ‘De hooge torengebouwen worden aldaar uitsluitend gebruikt voor kantoorruimten, zoodat één gebouw overdag duizenden menschen bevat. Al die duizenden menschen stroomen op dien tijd de straat op en men kan dan bijna in den waren zin des woords over de hoofden loopen’. Dat heeft ook zijn invloed op de treinen en trams die een ongelimiteerd aantal mensen mogen toelaten waardoor de voertuigen letterlijk uitpuilen.

Coney Island

Surf Avenue en Luna Park, Coney Island 1912 (foto Brooklyn Museum' s photostream, Flickr)Op Coney Island, of, zoals Wagenaar Hummelinck het noemt, ‘het Coney-eiland’, zoeken de New Yorkers hun ontspanning. Het is daar één grote kermis, met roetsjbanen, draai- en slingermolens, toneelvoorstellingen, wedstrijden met motorfietsen en ‘automobielen’ en heel veel spelletjes. Hij beschrijft: ‘Een eigenaardigen Amerikaanschen indruk maken de balspelletjes, die ook in grooten getale vertegenwoordigd zijn. Men moet dan n.l. met een bal op een neger zijn hoofd gooien. De neger steekt zijn zwarten kop door een gat en wanneer hij ziet, dat de bal waarschijnlijk raak zal zijn, trekt hij gauw zijn hoofd weg’…..
Dikke pret veroorzaakt een windmachine, die er met haar zijdelingse en van onder de grond vandaan komende rukwinden voor zorgt, dat de hoeden van de mannen wegwaaien en de rokken van de dames ópwaaien.
In het zomerseizoen nemen de New Yorkers er niet alleen zee-, maar ook zonnebaden; ‘Duizenden menschen springen er den geheelen dag rond in badcostuum, zich blakende in de zon en zich vermakende met een of ander balspel’.

Aan alles komt een eind en op een goede dag klinkt dan ook het geluid van de stoomfluit. In Hoboken ligt de s.s.‘Rotterdam’, het schip waarmee ze terug zullen varen, al klaar voor vertrek. Een tikkeltje weemoedig, maar vervuld van verlangen naar hun familie en hun vaderland, neemt het gezelschap afscheid van New York. De terugreis verloopt verder aangenaam en rustig.

Epiloog

Wagenaar Hummelinck: ‘Soms komt het mij voor, of die geheele reis naar Amerika slechts een droom was. Ik kan mij ook nu nog niet de mogelijkheid voorstellen, zoveel weken van mijn werk en van mijne familie gescheiden te zijn geweest, ik kan mij ook nu nog niet voorstellen, dat ik dat wonderland in levenden lijve heb bezocht, maar mijn droom heb ik vastgelegd en zal hem wellicht nog dikwijls herlezen…!’. Met deze woorden eindigt hij zijn aantekeningen die een onderdeel vormen van het volledige verslag van zijn handelsreis genaamd ‘Suiker’, 8ste Internationale Congres van Toegepaste Scheikunde Amerika, 1912 - Rapporten, verhandelingen en reisindrukken betreffende de reis naar Amerika in augustus 1912 door M.G. Wagenaar Hummelinck’.
De persoonlijke aantekeningen die Marius Gerrit Wagenaar Hummelinck van zijn reis in 1912 maakte, geven ons niet alleen een goed beeld van het luxe leven aan boord van een groot passagiersschip van de HAL, maar ook van de zeden en gewoonten in dat verre land overzee, het land van de onbegrensde mogelijkheden, Amerika.

Deel I: Reisindrukken van Marius Gerrit Wagenaar Hummelinck

Bron: Hummelinck, M.G., ‘Reisindrukken ter herinnering aan mijnen tocht naar Amerika in Augustus 1912’. Uit ‘Suiker’ 8ste Internationale Congres van Toegepaste Scheikunde Amerika, 1912’, bibliotheek Stadsarchief Vlaardingen IV-E-20.

 

Reacties