Direct naar navigatie

Kreken en hun oeverwallen

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor

Een kreek ontstaat wanneer de zee of een rivier met kracht het land overspoelt. Op plaatsen waar de stroming erg sterk is, snijdt het water een geul in het landschap: de kreek. De kreek staat in verbinding met het open water en voert bij vloed water aan en bij eb af. Ook regenwater vindt via de kreek uiteindelijk zijn weg naar zee.

De oeverwallen van de kreek steken boven het omringende landschap uit. Foto: onbekend.

De oevers langs de kreken en rivieren zijn hoger dan het omringende landschap. Men spreekt dan ook van oeverwallen. Maar hoe ontstaan ze?

Het stromende water in de geul voert klei en zand mee. Bij hoogtij stroomt het water over het land. De stroomsnelheid neemt dan af, omdat het water zich over een grote oppervlakte verspreidt. De meeste zand- en kleideeltjes zinken al snel naar de bodem. Bij de geul komt dus meer zand en klei te liggen, dan verderop.

Na een aantal overstromingen ontstaat zo een verhoging naast de geul: de oeverwal. Omdat zanddeeltjes grover en zwaarder zijn dan kleideeltjes, zakt eerst het zand naar de bodem en iets later de klei. Zo komt het zand dicht bij de stroomgeul te liggen en de klei verder weg.

Een oeverwal bestaat dus grotendeels uit zand en de komgronden daarachter uit klei. Zolang de stroomgeul actief blijft en er overstromingen plaatvinden, zullen de oeverwallen steeds verder blijven ‘groeien’.

Meer informatie over het ontstaan en voorkomen van oeverwallen vindt u op geologie van Nederland - oeverwal.

Reacties