Direct naar navigatie

Een buis of een logger...?

Door: Stadsarchief Vlaardingen

Hoewel de visserij allang uit het Vlaardingse stadsbeeld verdwenen is, duiken her en der in de stad namen op die ons aan die tijd herinneren. Namen als Visbankflat, Buizengat, Werf Dammes Erve, Nettenboetstersstraat, Beugsloepweg, Kuiperstraat, Grote Visserijplein, Haringbuisweg, Hoekerstraat, Kotterstraat en Stoomloggerweg voeren je weer mee naar die tijd, toen de buizen en hoekers in de Oude Haven lagen en het laden en lossen ervan voor reuring aan de Vlaardingse kades zorgde.

Veel straatnamen zijn genoemd naar de verschillende (vissers-)scheepstypen die Vlaardingen als thuishaven hadden. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen een buis en een logger, een hoeker en een kotter?

'Een Vlaardinger buijs die schiet of zijn vleet in zee zet', 18e eeuwse prent van Gerrit Groenewegen. Afkomstig uit 'Verzameling van vier en tachtig Stuks Hollandsche schepen, geteekend en in koper gebragt door G.Groenewegen' Haringbuis
Het oudst bekende vissersscheepstype is de buis, die men van circa 1400 tot 1860 vrijwel uitsluitend gebruikte voor de seizoensgebonden haringvisserij die met een drijfnet werd bedreven. In de winter lagen deze kielschepen werkeloos – opgelegd – in het deel van de haven dat daar speciaal voor gereserveerd was, het Buizengat. Soms werden ze gebruikt als koopvaardijschip. Bijzonder is dat men bij de bouw ervan geen tekeningen gebruikte, waardoor ze onderling in vorm verschilden.

Vishoeker
Vanaf circa 1620 ontstond er behoefte aan een speciaal voor de beugvisserij of hoekwantvisserij geschikt schip. Dit werd de vishoeker, die tot het eind van de 19e eeuw op de Noordzee gesignaleerd kon worden. Bij dit scheepstype werd de met ‘hoeken’ (haken) gevangen vis – kabeljauw, schelvis en heilbot – in leven gehouden in een speciale, van stromend zeewater voorziene ruimte, ‘bun’ genaamd. Het kwam ook voor dat het schip met een drijfnet op haring viste, dan sloot men de bungaten af met houten pluggen. In 1867 werd de laatste hoeker gebouwd op de Vlaardingse werf van Hendrik Drop de Zeeuw.'Hoeker die zijn beug uijt zeijlt met een vuiije zeijl', originele 18e eeuwse prent van Gerrit Groenewegen. Afkomstig uit 'Verzameling van vier en tachtig Stuks Hollandsche schepen, geteekend en in koper gebragt door G.Groenewegen'

Logger
Na jarenlang vruchtbaar gebruik van de hoeker, ging men na een periode van malaise over op een nieuw scheepstype, de ranke, van oorsprong Franse logger. De eerste in Nederland gebouwde logger ging in het jaar 1866 op de werf ’s Lands Welvaren te water voor de Scheveningse reder A.E. Maas. Al eerder had hij een logger (van het Franse ‘lougre’= logger) uit Boulogne ingevoerd. Op een visserijtentoonstelling in die plaats raakte Maas zeer gecharmeerd van het laag op het water liggende snelle schip dat, ondanks dat het met enige scepsis ontvangen werd, later zeer geschikt bleek te zijn voor de haringvangst. Ook bewees het goede diensten bij de beugvisserij en na de mechanisering, bij de treilvisserij.

Beugsloep
Ook de (beug)sloep was speciaal voor de beugvisserij ontwikkeld. Van omstreeks 1800 tot 1926 voer het schip over de wateren van de Noordzee, vooral op de Doggersbank en rond IJsland. Het was een rank en slank Frans kielschip, in het land van herkomst ‘chaloupe’ genaamd. In de loop der tijd onderging de sloep een aantal veranderingen waardoor het zeilvermogen en het uiterlijk ervan sterk verbeterde. Typerend voor de sloep is de bun, waardoor de vis levend aan wal gebracht kon worden.Een houten éénmastsloep. Reproductie afkomstig uit de zogenaamde 'Haring-of reederijboekjes' van na 1813

Kotter
De kotter was van oorsprong een oorlogsschip met één grote mast. Later werd daar om praktische redenen een tweede mast aan toegevoegd en gebruikte men het schip ook voor ander doeleinden, zoals de visserij en het loodswezen. Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw vist men met de ondertussen gemotoriseerde kotter op garnaal en tong, de zogenaamde boomkorvisserij. Haring en kabeljauw vangt men met twee kotters die samen een sleepnet voorttrekken. Die manier van vissen heet spanvisserij.

Bomschuit
Ook de zogenaamde bomschuit werd zowel voor de haringvangst als voor de schrobnetvisserij gebruikt. Dit vaartuig sleepte twee netten over de zeebodem en ving zo schol, bot en schar. Een bomschuit is een platbodemschip dat door zijn vorm zeer geschikt is om te landen op de stranden van plaatsen als Scheveningen, Katwijk en Noordwijk. Toch waren er eind 19e eeuw ook in de Vlaardingse haven bomschuiten te vinden. Het landen aan de kust bleef immers een hachelijke onderneming. 

Bronnen: -‘Vissers van de Noordzee’- het Nederlandse visserijbedrijf in geschiedenis en volksleven, dr. J.P. van de Voort
              - M.P. Zuydgeest

Reacties