Direct naar navigatie

De Rotterdamse stadsarcheoloog Hoek in Vlaardingen

Door: admin

In maart 2013 overleed oud-stadsarcheoloog van Rotterdam, de heer Hoek, op 88-jarige leeftijd. Hij was de eerste gemeentelijke archeoloog van Nederland. Zijn pionierswerk heeft niet alleen Rotterdam het Bureau Oudheidkundig Onderzoek van de gemeentewerken Rotterdam (BOOR) opgeleverd, maar diende ook als voorbeeld voor veel andere gemeentes. Ook voor de gemeente Vlaardingen heeft Hoek veel betekend.

Oud-stadsarcheoloog van Rotterdam, de heer Hoek (foto uit: Westerheem, 2010, nr3)

Oog voor archeologie

In de tijd van de wederopbouw was er begrijpelijkerwijs eerst weinig oog voor archeologie. Pas eind jaren vijftig begon men aan de resten uit het verleden weer aandacht te schenken. Onder leiding van wethouder Schilthuis richtten de Rotterdammers in 1959 de ‘Coördinatie commissie van Advies Inzake Archeologisch Onderzoek Binnen het Ressort Rotterdam’ op. Als lid van het historisch genootschap ‘Roterodamum’ nam Hoek ook zitting in de commissie. De commissie maakte zich zorgen over de vele nieuwbouwprojecten waardoor archeologische overblijfselen uit het verleden in rap tempo ongedocumenteerd verdwenen.

Hoek als gemeentelijk archeoloog

Ook de directeur van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), de heer Glazema, was lid van de commissie. Omdat het ondoenlijk was voor de Rijksdienst om nauwgezet de bouwactiviteiten in de regio Rotterdam te volgen, stelde Glazema aan het stadsbestuur voor om een ambtenaar te belasten met deze taak. In dezelfde brief nam hij gelijk ook de vrijheid om de heer Hoek als kandidaat voor deze taak voor te dragen. Hoek was namelijk al in dienst van de gemeente Rotterdam, als technisch ambtenaar A. Het stadsbestuur nam het advies ter harte en Hoek kreeg archeologie in zijn taakpakket.  

Hoek en Vlaardingen

Hoek was gefascineerd door de middeleeuwen. In de omgeving van Rotterdam onderzocht hij talloze locaties die mogelijk een middeleeuwse oorsprong hadden. In de Holiërhoeksepolder kon hij zijn geluk niet op. Omdat Vlaardingen in 1965 nieuwbouwplannen had, moest hij snel aan het werk. In hoog tempo groef hij, vaak met behulp van amateurarcheologen van de archeologische werkgroep Helinium, veel boerderijlocaties, zoals Jacob Jansz. Cockwoning op.

De Holiërhoeksepolder

Kasteel Holy

Vier locaties in de Holiërhoeksepolder hadden de speciale aandacht van Hoek. Hij kende ze doordat hij historische bronnen bestudeerde. Op oude afbeeldingen van de locaties Steenhuizen en Holy waren kasteeltjes te zien. En op de kavel van een boerderij die al begin 19e eeuw was afgebroken, was op een kaart uit 1572 nog een torentje te zien met de naam Joffer Aechtenwoning. Tenslotte kon de naam Burch in de oude naam van boerderij van Chardon, Clattenburch, ook duiden op een kasteeltoren. Hoek was benieuwd of er nog restanten te vinden waren van deze kastelen.

Kastelen 

opgraving Kasteel Holy

Op al deze locaties legde Hoek samen met de amateurarcheologen van Helinium proefsleuven aan. En met spectaculair resultaat… Op drie locaties trof hij inderdaad de overblijfselen aan van kleine kasteeltorens. Alleen bij Clattenburg vond hij geen aanwijzingen voor een middeleeuws kasteel. Het is daarmee niet gezegd, dat de toren er niet gestaan heeft: Hoek heeft niet de hele vindplaats onderzocht. Wel hadden alle locaties duidelijk een middeleeuwse oorsprong, en bij sommige locaties was er zelfs een link te leggen met de grafelijke ontginningen in het gebied.

Reddingsopgravingen

Zoals gezegd, heeft Hoek snel opgegraven. Dat was nodig ook, want men maakte haast met het aanlegen van de nieuwbouwwijk. Hoek redde daarmee veel informatie die op deze locaties verborgen lag. Maar veel tijd om grondig onderzoek te doen, had hij niet. De gegevens die hij heeft verzameld, roepen nog steeds veel vragen op. Vooral de rol die de locaties mogelijk hebben gespeeld bij de grafelijke ontginningen vinden archeologen vandaag de dag interessant. De locaties Holy en Clattenburch, beschermt de gemeente: hier mag niet gebouwd worden. Zo krijgt een toekomstige generatie archeologen de gelegenheid om op deze archeologische monumenten opnieuw -en met nieuwere technieken- onderzoek te verrichten. Wellicht dat zij dan al deze vragen wel kunnen beantwoorden. Maar dat is toekomstmuziek...

Bron:
A. Carmiggelt, 2010: Vijftig jaar Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR), in: Westerheem 2010, nr. 3.

Reacties