Direct naar navigatie

Reisindrukken van Marius Gerrit Wagenaar Hummelinck

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1900 - 1949, Thema's: Verkeer en vervoer, Handel en industrie, Cultuur en vermaak

Begin vorige eeuw was een reis per schip naar Amerika een hele gebeurtenis. Zo ook voor Marius Gerrit Wagenaar Hummelinck, adjunct-directeur van de melkfabriek Hollandia. Tijdens zijn reis naar Amerika, in 1912, maakt hij onder meer aantekeningen over het leven aan boord en over zijn verblijf aan de oostkust van dit land. Deze zijn later, samen met rapporten van en verhandelingen over het aldaar bezochte congres, verwerkt in een boekwerkje. Dat vormt de bron van dit verhaal.

Introductie

Marius Gerrit wordt als derde zoon van het echtpaar Constant Hendrik Wagenaar Hummelinck en Cornelia Elisabeth van Andel op 26 februari 1878 in Gorinchem geboren (ovl.Loosduinen, 30 maart 1944). Zijn vader is de oprichter van de N.V.'Hollandia', Hollandsche Fabriek van Melkproducten. Hij doet dat in het jaar 1882, als hij het failliet gegane bedrijf van de margarinefabriek 'Vacca' overneemt. Naast het tot grote bloei brengen van dit bedrijf, besteedt zijn vader veel aandacht aan het welzijn van zijn personeel. Zo rond 1900 is zijn personeelsbeleid uitzonderlijk te noemen. Hij richt een zieken-, pensioen- en ondersteuningsfonds op, richt in de fabriek een bibliotheek in en reserveert een aantal lokalen waarin het personeel kan sporten en musiceren. Voor de kinderen van zijn werknemers laat hij een mooie speeltuin aanleggen. Aanvankelijk begonnen met slechts tien man in dienst, groeit het bedrijf geleidelijk uit tot een concern met wel 1.500 personeelsleden.

Als de grondlegger van het bloeiende bedrijf na een kort ziekbed in 1914 op 70-jarige leeftijd overlijdt, neemt zoon Marius Gerrit samen met zijn oudere broer Jan Maurits de leiding van het bedrijf over. Marius is dan al 14 jaar adjunct-directeur.

De Rijndam. Copyright: Maritiem Museum Rotterdam
Vertrek naar Amerika

In die functie vertrekt hij op zaterdag 24 augustus 1912, om ongeveer half twaalf met het s.s. ‘Rijndam’ vanaf de Holland-Amerika Lijn-terminal in Rotterdam, naar Amerika om daar het Achtste Internationale Congres van Toegepaste Scheikunde, ‘Suiker’ bij te wonen. Op de kade staan zijn vader, schoonvader, zijn broer en zijn schoonzus. Niet zijn vrouw, Maria Elisabeth van Dusseldorp en hun drie kinderen.‘Mijne vrouw was bij het afscheid niet tegenwoordig, wat in zulke gevallen wel aan te bevelen is. Ik werd in deze meening versterkt op het gezicht van het afscheid nemen van een kennis van mij, die ook voor het Congres naar New-York ging...’.

M.G. Wagenaar Hummelinck (rechts) met zijn reisgenoot H.C. Prinsen Geerlings. Collectie Stadsarchief Vlaardingen (archief familie C.H. Wagenaar Hummelinck, archiefnr.195, inv.nr.13).Marius Wagenaar Hummelinck deelt zijn luxe hut met de ‘gedelegeerde van de Regering en van het Syndicaat van Javasuikerfabrikanten’, H.C. Prinsen Geerligs, die eveneens aan het congres zal deelnemen. Naast Prinsen Geerligs bestaat het illustere congresgezelschap uit drie wetenschappers, een baron en de broer van minister Colijn, een landbezitter uit de Haarlemmermeer.

Boulogne

Groepsfoto op de s.s. Rijndam, met links M.G. Wagenaar Hummelinck en rechts H.C. Prinsen Geerligs. Collectie Stadsarchief Vlaardingen (archiefnr. 195, inv.nr. 13).Diezelfde avond om 23 uur arriveert de ‘Rijndam’ in Boulogne van waaruit het schip via de Engelse zuidkust de oversteek naar Amerika zal maken. De volgende dag doen bruinvissen het schip uitgeleide. De zon schijnt uitbundig en de lucht is strakblauw. Jammer genoeg blijkt dit de alom bekende stilte voor de storm te zijn, die enkele dagen later losbreekt: ‘Waar de kleine Noordzeegolven niet toe in staat waren, dan konden de groote ‘Ocean waves’ wel. Zoowel de heer Prinsen Geerlings als ik hebben ons echter goed gehouden en niet den minsten last van zeeziekte gehad’.

Aan boord

Marius Wagenaar Hummelinck kan het prima vinden met zijn hutgenoot: ‘Wij sympathiseerden gelukkig trouwens op meerdere punten, een zeer gewenscht iets, wanneer men reisgenoot is en zes weken met elkaar opgescheept zit. Wij hielden b.v. van op tijd en rustig dineeren; wij waren beiden uiterst voorzichtig in het “te veel” bezoeken van musea, hoewel wij dit natuurlijk, voor zoover het wenschelijk was, gedaan hebben. Gewoonlijk begon onze dag reeds goed, want wanneer de badman ’s morgens om 7 uur 20 kwam roepen, dat het bad gereed was, hadden wij meermalen reeds een half uurtje liggen lachen, zoo’n echt giegelpartijtje als van twee bakvischjes, die op het oogenblik niets te doen hebben en de rest van den dag ook niet, zoo’n echt onschuldig lachen van een zich ontspannenden geest, een rustige rust genietend’.

De eetzaal op de Rijndam. De foto stond in een reisbrochure van de Rijndam ('Noorsche Fjorden', 1928). Collectie Maritiem Museum Rotterdam.Ondanks dat het schip met 1.499 passagiers en 260 bemanningsleden vrijwel vol zit, zijn zowel de bediening als de maaltijden uitstekend. Het reisgezelschap geniet er dan ook ten volle van. Dat begint al vanaf zeven uur, als het uitgebreide ontbijt geserveerd wordt. Behalve fruit staan er op de menukaart wel zestig warme en koude gerechten waaruit men een keuze kan maken. In de rookkamer staan de gasten permanent hors d’oeuvres van bokking in olie, sardientjes, tomaten en cakes ter beschikking. In de loop van de ochtend, om een uur of elf, serveert de bediening bouillon als opmaat voor de goed verzorgde lunch.’s Avonds wordt het diner geserveerd met uitsluitend à la carte-gerechten. De maaltijden worden afgesloten met koffie, die men naar wens in de salon, op het dek of in de rookkamer geserveerd krijgt.

Amerikaanse eigenaardigheden

Omslag van de passagierslijst S.S. Ryndam in 1914. Foto: http://www.gjenvick.com/PassengerLists/Holland-AmericaLine/Westbound/1914-10-31-PassengerList-Ryndam.htmlOp het schip bevinden zich veel Amerikanen die terugkeren van hun reis naar Europa. Over hun gedrag maakt Wagenaar Hummelinck de volgende aantekening: ‘Over het algemeen zijn de reizende, pratende Amerikanen een eigenaardig slag van volk, menschen, die men direct uit vele anderen zal herkennen. Ze zijn vol van hun grootsch land en van de wonderen die daar geschieden, en laten dan ook niet na dit breedvoerig aan geduldige hoorders mede te deelen’ en ‘Over het algemeen maken die graag pratende Amerikanen geen gunstigen indruk; zij praten bijna uitsluitend over alles wat ‘big’ is in Amerika; zij hebben kale gezichten en onhebbelijke manieren, zij eten met één of meer armen op tafel en met den mond zoo ver mogelijk open...’.

Discrimineren kunnen de Amerikanen als de besten. Zij manen het reisgezelschap toch vooral op te passen voor de negers. Men raadt hen aan om ’s avonds op de hotelkamer onder het bed te kijken of er soms een neger onder zit: ‘Men deed in zoo’n geval het beste, hem er niet uit te laten komen, doch direct maar dood te trappen’. Wagenaar Hummelinck trekt zijn eigen conclusie: ‘Wij kunnen u echter geruststellen, dat de negers, die in de hoofdsteden in grooten getale voorkomen, zij het ook een eigenaardigen, toch geen onaangenamen indruk maken…’.

Ook bluffen zit de Amerikanen in het bloed. Op de vraag aan een Amerikaanse passagier of hij succesvol in Amerika was, antwoordt deze: ‘I am worth two millions!’. Zelfs de kinderen vinden de Hollandse sterrenhemel niets vergeleken bij de Amerikaanse: ‘Nu, dan moet u de sterren bij ons in Amerika eens zien, daar zijn ze veel ‘bigger’!’.

Amusement volop

Groepsfoto aan dek van de s.s. Rijndam, met links M.G. Wagenaar Hummelinck. Collectie Stadsarchief Vlaardingen, archiefnr. 195, inv.nr. 13.Om het verblijf aan boord zo aangenaam mogelijk te maken, wordt er gemusiceerd, gedanst, doet men spelletjes en houdt men voordrachten. Het zogenaamde ‘shuffle board’, een spel waarbij de deelnemers met een stok grote houten schijven over het dek moeten schuiven, is razend populair; ‘Het is een echt typisch spel voor een zeereis; bijzonder geschikt om met die dames kennis te maken, op wier gezelschap men prijs denkt te stellen en om den tijd gezellig door te brengen’. Niet iedereen is een even grote fan van het dekspel. Wagenaar Hummelinck noteert: ‘mijn reisgenoot b.v. beschouwde het als eene uitvinding van Robinson Crusoe, toen hij uit verveling niet meer wist, wat hij met Vrijdag zou uitvoeren’.

Amerikaanse dames

De Amerikaanse dames aan boord kunnen zich verheugen in een niet aflatende belangstelling van het mannelijk geslacht. Zij zijn ‘zeer toeschietelijk en zien er door elkaar genomen zeer bekoorlijk uit. Mocht de bekoorlijkheid eenigszins tekort schieten, dan wordt hieraan tegemoet gekomen door blanketsel en roode lipjes’.

Het promenadedek op de Rijndam. De foto stond in een reisbrochure van de Rijndam ('Noorsche Fjorden', 1928). Collectie Maritiem Museum Rotterdam.Met de ‘vrijheden, die de jonge dames zich permitteerden’ hebben de heren over het algemeen geen moeite, zelfs als deze ‘het randje van welgevoeglijkheid naderden, en dat randje misschien wel eens overschreden werd’. Het onverlichte bootdek biedt regelmatig de aanblik van in een ‘reisdeken’ gehulde en tegen elkaar aangekropen stelletjes. ‘Echter’, zo beweert Wagenaar Hummelinck: ‘het is in het minst niet de bedoeling bij u de gedachte op te wekken, dat er onkieschheden zouden plaats vinden. Nooit heb ik dan ook iets gezien, dat hiertoe aanleiding gaf, want het was erg donker op het bootdek…’. Tja.

Het ‘Wilhelmus’ versus het Amerikaanse volkslied

Met de verjaardag van Koningin Wilhelmina, 31 augustus, wordt flink uitgepakt. Naast het ’s avonds op het programma staande bal en de ’s middags gehouden kinderspelen krijgt het portret van Hare Majesteit een lauwerkrans van peterselie en kunstig uit wortelen gesneden rozen. Gezamenlijk zingen de Hollanders onder het portret uit volle borst het ‘Wilhelmus’ en het ‘Wien Neerlands bloed’ (wat tot 1933 het officiële Nederlandse volkslied was), toegejuicht door enthousiaste Amerikanen. Deze op hun beurt brengen het Amerikaanse volkslied ten gehore, dat wat magertjes afsteekt bij het voorgaande. Wagenaar Hummelinck: ‘Dat zoo’n handje vol Hollanders nog beter nationale liederen kon zingen dan al die Amerikanen bij elkaar, ergerde hen zeer en dagen achtereen hebben zij zich dan ook geoefend in het gezamenlijk zingen van het Amerikaansche Volkslied’.

De verdere reis vermaken Wagenaar Hummelinck en zijn reisgenoten zich met ‘het spelen van ‘whist’, ‘hombre’ of een nieuw Amerikaans spelletje ‘cooncan’, dit beteekent zooveel als “ een ‘coon’ (neger) kan het”‘. En dan, op een dag in september, doemt eindelijk de skyline van New York op……

Vervolg: Reisindrukken van Marius Gerrit Hummelinck II

Bron

Hummelinck, M.G., ‘Reisindrukken ter herinnering aan mijnen tocht naar Amerika in Augustus 1912’.Uit ‘Suiker’ 8ste Internationale Congres van Toegepaste Scheikunde Amerika,  1912, bibliotheek Stadsarchief Vlaardingen IV-E-20.

Reacties