Direct naar navigatie

Archiefstukken en hun verhalen - De waarschuwingsreis van Jacob van der Windt

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1700 - 1799, Thema's: Visserij, Oorlog

In het Vlaardingse Stadsarchief vindt u duizenden en duizenden archiefstukken die stuk voor stuk te maken hebben met het verleden van de voormalige vissersstad. Tien jaar geleden zijn daar de archieven van buurgemeente Maassluis aan toegevoegd. In de drie depots – geklimatiseerde ruimtes – heeft alles zijn eigen plekje. Core business is vanzelfsprekend het beheer van de gemeentelijke archieven. Daarnaast....

Daarnaast bewaart het Stadsarchief onder meer bedrijfs-, verenigings-, kerk-, rechterlijke en notariële archieven. In de Topografisch-historische Atlas kom je ogen tekort. De mooiste foto’s, prenten, tekeningen, kaarten en plattegronden brengen de geschiedenis van de stad tot leven.

Aan archiefstukken zitten vaak spannende, ontroerende en boeiende verhalen vast. Neem nu deze aquarel van een aantal hoekers op zee. Zo op ’t eerste gezicht niet zo heel bijzonder. Een gedicht van zes coupletten, dat eronder staat, trekt echter de aandacht. Als we het lezen wordt het onderwerp al snel duidelijk.

Aquarel 'Waarschuwingsreis' van Martinus van de Burg, 1837

Vlaardingse en Maassluise vissersvloot in gevaar

Het is eind december 1780, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is enige dagen eerder betrokken geraakt bij de oorlog tussen Engeland en Frankrijk en Spanje.
De Vlaardingse vissersvloot ligt, evenals die van Maassluis, volgens het gedicht onder de afbeelding, in ‘De Woeste Noordsche Waterplas’, om precies te zijn bij Doggersbank, op kabeljauw te vissen. Honderdachtenveertig hoekers, eenentachtig Vlaardingse, vijfenzestig afkomstig van Maassluis en twee uit Zwartewaal zijn ‘Noord op gesteevend Om hun Daaglijks Brood te Winnen’, onwetend van de inmiddels uitgebroken oorlog. Paniek breekt uit bij de achterblijvers en de rederijen waarvoor de schepen varen.

In de Republiek is ondertussen al duidelijk geworden dat de Engelsen aan kaaprederijen vergunningen hebben uitgegeven om op Nederlandse schepen te jagen. Uit brieven afkomstig uit Oostende, gedateerd 24 december 1780 blijkt dat de Engelse kapers al enkele Hollandse schepen hebben opgebracht naar Ramsgate en Margate. Andere berichten verhalen weer van Hollandse schepen die vanuit Gravesend ongehinderd terug naar het thuisland konden uitzeilen.
Ook de uit Hellevoetsluis richting Harwich vertrokken postboot laten de Engelsen ongemoeid.
Kortom, grote verwarring en veel onduidelijkheid bij het uitbreken van deze oorlog.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederland in oorlog met Engeland

Op eerste kerstdag, als de geruchten door de raadpensionaris van Holland bevestigd worden, wordt de situatie duidelijk. Engeland is in oorlog met de Republiek en inderdaad, de Hollandse schepen die zich op zee bevinden, waaronder de hoekervloot, verkeren in groot gevaar. Besloten wordt om zowel vanuit Maassluis als vanuit Vlaardingen een hoeker richting Doggersbank te sturen, om de schepen en hun bemanningsleden, ruim duizend in totaal, te waarschuwen.
Het is hartje winter en erg koud. De havens zijn bevroren, van uitvaren is geen sprake. Wat nu?

'De Roode Roos' met stuurman Jacob van der Windt

Een deel van de oplossing komt uit Den Briel. Daar was net ‘De Roode Roos’ van de Vlaardingse rederij Assendelft de Coningh behouden aangekomen. Stuurman Jacob van der Windt kon en wilde als het moest meteen weer uitzeilen. Als de bemanningsleden daar tenminste ook wat voor voelden. Deze hebben echter geen oren naar een dergelijke gevaarlijke expeditie die weleens in een Engelse gevangenis zou kunnen eindigen.

Het andere deel komt uit Vlaardingen. Daar geeft men de Vlaardingse stadsomroeper opdracht om scheepslui voor de klus te ronselen. Al roepend en met luide gongslagen de aandacht trekkend, trekt hij door de Vlaardingse stegen en sloppen. En dat heeft resultaat. Doordat de klus flink gehonoreerd wordt, is er uiteindelijk voldoende scheepsvolk voorhanden om de hachelijke reis te kunnen gaan maken. Per wagen reizen de bemanningsleden naar Den Briel en op 29 december kiest ‘De Roode Roos’ het ruime sop. Aan de oostelijke kant van Doggersbank aangekomen treft Jacob van der Windt veertig hoekers vlak bij elkaar aan. Deze waarschuwen op hun reis naar huis weer andere schepen. Ondertussen vaart Van der Windt in noordwestelijke richting – richting de vijand Engeland dus – Doggersbank om, ondertussen elk Hollands vissersschip waarschuwend dat hij tegenkomt.
De aldus op de hoogte gebrachte schepen zeilen zoveel mogelijk in konvooi naar de thuishavens Vlaardingen en Maassluis terug.

Van der Windts missie geslaagd

Als eerste slaken de inwoners van Maassluis een zucht van verlichting als ze op 9 januari 1781 zo’n vijftig zeilschepen de Maas zien opzeilen. Uiteindelijk keren honderdveertig hoekers veilig terug, bijna duizend mannen en jongens kunnen hun geliefden weer in de armen sluiten. ’De Roode Roos’ arriveert 11 of 12 januari. De exacte datum is niet met zekerheid vast te stellen. De dankbaarheid is groot. Toch gaat het geloof uiteindelijk met de eer strijken; het was immers het werk en een zegen van God. De preek tijdens de dankdienst die op 4 april door ds Husly Viervant gehouden wordt, wordt ook in drukvorm uitgebracht en is voor acht stuivers te koop. De preek is opgedragen aan de visserijbestuurders. Van der Windt, de held, wordt slechts een paar keer genoemd. De opbrengst is bestemd voor het Vissersarmenfonds.

Waardering uit de burgerij

Dan komen er alsnog blijken van waardering. Enkele notabelen laten gedenkpenningen in goud en zilver slaan. Ook een bokaal van loodglas met een gegraveerde voorstelling van ‘De Roode Roos’ met opschrift valt Van der Windt ten deel. Na dit bescheiden eerbetoon wordt het rondom onze dappere stuurman weer net zo stil als voor zijn reis. Hij sterft elf jaar later op zevenenveertigjarige leeftijd. Pas in 1902 noemt men een straat naar hem.

‘Een ijeder zag zijn kiel of kielen binnen streeven. Door Van der Windt zijn stout belijd! Zijn naamsgedagtenis blijv’ bij ’t geslagt verheeven. Elk roem hier voor Gods mayesteijt’.
Zo luiden de laatste regels van het gedicht dat eindigt met: ‘Geschied in Januarij 1781, Martinus Van der Burg, 1837’. De maker ervan is meer dan vijftig jaar later nog geïnspireerd geraakt door deze bijzondere gebeurtenis met als resultaat deze aquarel met het gedicht dat waarschijnlijk ook van zijn hand is.
Centraal op het schilderij zien we de hoeker ‘De Roode Roos’ met een aantal bemanningsleden waaronder Jacob van der Windt. Eromheen zijn zestien andere hoekers gegroepeerd.

‘Stuk van het Jaar’ 2014

Dit archiefstuk is samen met twee andere archiefstukken geselecteerd voor de lokale voorverkiezing t.b.v. de landelijke verkiezing van het ‘Stuk van het Jaar’, in oktober 2014.

Bronnen:
- Burg, M. van der, aquarel ‘Waarschuwingsreis’ , inv. nr. PRVL0728
- Luth, H.J. e.a., Ach Lieve Tijd, dl. 11, ‘1000 Jaar oorlog’
- Poelstra, Theo J., ‘Stuurman Jacob van der Windt en de oorlog van 1780’, in Jaarboek HVV 1981

 

Reacties