Direct naar navigatie

  1. Kaardenplank

    Kaardenplank (501 - 1499)

    Deze eikenhouten plank met gaatjes is in 1955 door de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (R.O.B.) onderzocht en geconserveerd. Vermoedelijk is het een fragment van weefgereedschap. De plank kan afkomstig zijn van een handkaarde. Het kaarden of kammen van bijvoorbeeld wol zorgt ervoor dat de vezels parallel komen te liggen en nadien makkelijker te verwerken zijn. Het is ook mogelijk dat het voorwerp gebruikt werd om reeds geweven stof te ruwen.

  2. Bruine kan

    Bruine kan (1250 - 1300)

    Intacte bruine proto-steengoedkan die gevonden is bij het graven van de bouwput voor de uitbreiding van het oude Stadhuis. De kan is vervaardigd tussen 1250 - 1300.

  3. Kan

    Kan (1250 - 1300)

    Deze proto-steengoedkan is gevonden bij het graven van de bouwput voor de uitbreiding van het oude Stadhuis. De kan is vervaardigd tussen 1250 - 1300.

  4. Siegburgkan

    Siegburgkan (1300 - 1349)

    Deze lichtgrijze steengoed kan is gevonden tijdens het graven van de fundering voor een nieuw gedeelte van het Vlaardingse Stadhuis in het midden van de jaren '50. Halverwege de buik en op de overgang van de buik en de hals is een dikkere ribbel aangebracht. De hals is met een spatel van draairingen voorzien en op de onderste helft van de buik zijn draairibbels aanwezig. De kan staat op een slordig afgewerkte, uitgeboetseerde standring. Delen van de standring zijn enigszins gevlamd met een oranjerode kleur.

  5. Siegburgkan

    Siegburgkan (1300 - 1399)

    Deze kan is gevonden tijdens het graven van de fundering voor een nieuw gedeelte van het Vlaardingse Stadhuis in het midden van de jaren '50. De gelig-grijze steengoed kan heeft een enigszins rode blos. De hals is met een spatel van draairingen voorzien en op de buik zijn draairibbels aanwezig. De kan staat op een uitgeboetseerde standring.

  6. Twee fragmenten textiel

    Twee fragmenten textiel (1100 - 1199)

    Twee fragmenten van wollen kepers, bestaande uit strengen van elk ongeveer 1 mm breed. Elke streng is opgebouwd uit 4 stevig in elkaar gedraaide garens. De strengen zijn netjes naast elkaar gelegd. Een streng met een Z-draaiïng wordt afgewisseld door een streng met een S-draaiïng enzovoort. Het uiteinde van de strengen is omgeplooid (circa 3 cm), waardoor een soort zoom is ontstaan. De draden die de strengen verbonden, zijn niet bewaard gebleven.

  7. Schoen

    Schoen (1200 - 1299)

  8. Fragment van houten bord

    Fragment van houten bord (1400 - 1499)

    Dit houten bord is in 1997 gevonden tijdens een opgraving op de locatie Dijksteeg. Eeuwenlang hebben mensen deze en andere plekken in het centrum opgehoogd met huisafval en mest, zodat er uiteindelijk een langgerekte terpnederzetting ontstond. Door die mestlagen en de hoge grondwaterstand bleven ook voorwerpen die gemaakt zijn van organisch materiaal, zoals dit bord, goed bewaard. Het bord is gemaakt uit elzenhout. Op de wanden van het voorwerp zijn duidelijk concentrische ringen zichtbaar. Dit zijn de sporen van een beitel die gebruikt is om het bord te draaien. De binnenkant van het bord is deels verkoold.

  9. Bord van elzenhout

    Bord van elzenhout (1250 - 1399)

    Dit houten bord is in 1997 gevonden tijdens een opgraving in het centrum van Vlaardingen. De locatie Dijksteeg ligt op de middeleeuwse terp. Eeuwenlang hebben mensen deze plek opgehoogd met huisafval en mest. Door die mestlagen en de hoge grondwaterstand bleven ook voorwerpen die gemaakt zijn van organisch materiaal, zoals dit bord, goed bewaard. Het bord is gemaakt uit elzenhout en is duidelijk gedraaid. De ringen die zichtbaar zijn op de wanden van het voorwerp, zijn de draaisporen van één van de gebruikte beitels. Zowel aan de onder- als de bovenzijde van het bord is er een klein plekje waar iemand een fijn ruitjespatroon in de wand gekrast heeft.

  10. Fragment van een mondharp

    Fragment van een mondharp (1250 - 1599)

    Een lange tijd stond dit voorwerp te boek als 'onbekend'. Een vergelijking met metaalvondsten die op andere plaatsen in Nederland zijn gedaan, maakte duidelijk dat het om een mondharp ging. De beugel van dit exemplaar is ovaal en de benen zijn afgebroken. Ook de lamel of naald van deze mondharp ontbreekt. Het muziekinstrument, dat mogelijk zijn oorsprong kent in het Verre Oosten, komt pas vanaf de late middeleeuwen geregeld voor in onze streken. Het instrument is nooit immens populair geweest en verdween door de opkomst van de mondharmonica nog meer uit beeld.