Direct naar navigatie

  1. Bouwsteen van kalksteen

    Bouwsteen van kalksteen (1600 - 1699)

    In 2010 voerden archeologen een opgraving uit aan de Laan van Hooglede in Vlaardingen. In de sloot van de herberg de Hooge Woning vonden ze dit bouwfragment van heel fijnkorrelige kalksteen. De steen heeft een gladgeschuurd zijvlak. Hoewel de kalksteen nu een muisgrijze kleur heeft, is de doorslagkleur bruin met dunne, rode lensjes. Dit betekent dat de kalksteen ijzerhoudend is en secundair geoxideerd. Dit soort fijnkorrelige witte kalksteen is meestal afkomstig uit het noorden van Frankrijk. Mogelijk gaat het om kalksteen van Avesnes, ook wel Avendersteen genoemd. Deze fijnkorrelige, ijzerhoudende kalksteen werd vanaf de 15e eeuw tot het begin van de 20e eeuw via de Schelde aangevoerd voor beeldhouwwerk en decoratieve elementen. De meeste toepassingen zijn bekend uit België en Noord-Brabant, maar de steen is verwerkt in gebouwen in Arnhem en Westwoud.

  2. Fragmenten van kleipijpen

    Fragmenten van kleipijpen (1650 - 1699)

    Twee pijpenkoppen en zeven stelen, gevonden bij een opgraving in 1990 op de hoek Brede Steeg - Zomerstraat. De meeste voorwerpen uit deze put kunnen gedateerd worden in de late zeventiende eeuw.

  3. Fragmenten van kleipijpen

    Fragmenten van kleipijpen (1650 - 1699)

    Vijf pijpenkoppen (waarvan eentje met een steel) en drie losse stelen, gevonden bij een opgraving in 1990 op de hoek Brede Steeg - Zomerstraat. De meeste voorwerpen uit deze put kunnen gedateerd worden in de late zeventiende eeuw.

  4. Spreeuwpot

    Spreeuwpot (1600 - 1650)

    Deze pot is gevonden tijdens een onderzoek naar het grafelijk hof in 1992. In de zestiende en zeventiende eeuw hadden de inwoners van de stad in dit gebied tuinen aangelegd. Daarvoor hadden ze het ook het terrein 'Hogewerf' verkaveld. De pot is gevonden in één van de sloten die de tuinen omringden en dateert uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Het voorwerp is nooit in het huishouden gebruikt en het grote gat in de buik is expres gemaakt. Het gaat hier dan ook niet om een kookpot, maar om een zogenaamde spreeuwpot. Een spreeuwpot heeft altijd een gat in de buik, één oor op de buik en een lange hals. Aan de hals zit een doorboord nopje waardoor een stokje gestoken kon worden. De buik is een beetje afgeplat op de plaats waar de pottenbakker het gat heeft voorzien. De spreeuwpot werd met het oor opgehangen en rustte met de afgeplatte zijde tegen de gevel. Het voorwerp moest vogels zoals de spreeuw, een echte holenbroeder, verleiden om er te nesten. Dit niet met het idee de vogels zo te helpen of te beschermen, maar om het nest te kunnen roven zodra de jongen bijna volgroeid waren. De jonge vogeltjes waren een echte delicatesse. De hals met rand van dit exemplaar ontbreekt, maar de buik met oor en 'roofgat' is wel bewaard. Bij deze pot zijn onderaan het gat langs beide zijden gaatjes geprikt in de klei en daarin zitten nog de afgebroken stukjes van een vermoedelijk gebogen stokje. Tot vandaag de dag is er nog maar één spreeuwpot gevonden in Vlaardingse bodem.

  5. Houten boetnaald met handmerk

    Houten boetnaald met handmerk (1650 - 1699)

    De boetnaald is gemaakt van het hout van een prunussoort, vermoedelijk sleedoorn. Hoewel de naald beschadigd is, lijkt de versmalling aan één uiteinde nog net de aanzet te zijn van de punt. Aan beide zijden van het voorwerp komen ingesneden tekens voor: aan de ene zijde gaat het om twee x-en, aan de andere zijde betreft het twee ruiten. De ruiten zouden versiering kunnen zijn, maar vermoedelijk zijn ze net als de x-en onderdeel van een zogenaamd 'handmerk'. Dit is een persoonsgebonden merkteken dat bestaat uit een samenstelling van rechte of kromme lijnen en dat op eigendommen of documenten wordt aangebracht. Het bekende kruisje als handtekening voor mensen die niet kunnen schrijven, is hier een relict van. Een boetnaald verschilt qua vorm en grootte van gewone naainaalden. Het werktuig wordt gebruikt om (vis)netten te repareren. Een gat in een net is immers geen reden om het weg te gooien. Eigenlijk lijkt het boeten een beetje op het leggen van knopen. Met boetgaren en boetnaald wordt het net hersteld door de nieuwe mazen met een speciale steek aan de rest van het net vast te maken. De draad wordt daarbij 'om' de naald heen gewonden. In het verleden gebeurde het herstellen van de netten in de zomer vaak op de weilanden. Er werd ook gebruik gemaakt van grote boetzolders, waarvan er enkele bewaard zijn gebleven aan de Westhavenkade. Deze laat zeventiende-eeuwse boetnaald is gevonden in een beerput in een pand aan de Zomerstraat.

  6. Versierd mesheft met metalen beslag

    Versierd mesheft met metalen beslag (1650 - 1699)

    Een rijkversierd mesheft gemaakt van een buxustakje (Buxus sempervirens). Het achtkantige heft is langs de lemmetzijde beslagen met metaal. Deze mooie vondst komt uit een laat zeventiende-eeuwse beerput die is aangetroffen in een pand aan de Zomerstraat.

  7. Beeld van een vogel

    Beeld van een vogel (1650 - 1699)

    Een beeldje is gemaakt van witte pijpaarde. Het hoofd van de vogel ontbreekt, waardoor het niet duidelijk is om welke soort het gaat. De lange staartveren zouden er op kunnen wijzen dat het een pauw betreft. Het beeld is in 1990 gevonden in de vulling van een beerput aan de Zomerstraat. Het dateert uit de zeventiende eeuw.

  8. Houten lepel of spaan

    Houten lepel of spaan (1650 - 1850)

    Dit voorwerp is bij de opgraving op de hoek van de Brede Steeg-Zomerstraat gevonden in een zeventiende-eeuwse beerput. Het betreft een lepel of spaan gemaakt van eikenhout.

  9. Fragment van een ringbeker

    Fragment van een ringbeker (1600)

    Een ringbeker is te herkennen aan de ogen die verticaal op de kelk zijn aangebracht. Vaak zijn het er drie en door elk oog is een glazen ring bevestigd, vandaar de naam van de beker. De kelk van een ringbeker loopt bovenaan breed uit en rust op een voet met stam. Het is niet bekend of ringbekers bij speciale gelegenheden of voor spellen werden gebruikt. Mogelijk waren het puur decoratieve voorwerpen. Wel is duidelijk dat het geen gewone gebruiksglazen waren. Dit exemplaar is gevonden in een laat zeventiende-eeuwse beerput tijdens een opgraving in een pand aan de Zomerstraat. De beker is gemaakt in de Bohemen omstreeks 1600 en is geblazen van kleurloos glas met een blauwe zweem. De voet heeft een omgeslagen rand, zodat deze mooi glad is afgewerkt. Het voorwerp is verder rijk versierd. De bovenzijde van de enige bewaard gebleven ring is bevestigd aan een opgelegde, van nopjes voorziene glasband. De beker is beschilderd met gele, blauwe, witte en groene emailleverf. De glasband vormt de scheiding tussen twee verschillende versieringsmotieven. Aan de bovenzijde zijn bloemmotieven aangebracht tussen horizontale banden. Onder de glasband zijn toelopende meanderlijnen zichtbaar met het brede gedeelte steeds bovenaan. Dit patroon vind je soms ook terug onder zeventiende- en achttiende-eeuwse handtekeningen.

  10. Beeldje van een leeuw

    Beeldje van een leeuw (1650 - 1699)

    Wit, pijpaarden beeldje van een leeuw. Dit siervoorwerp is samen met een vogelbeeldje aangetroffen in een beerput aan de Zomerstraat. De meeste voorwerpen uit deze put kunnen gedateerd worden in de late zeventiende eeuw.